ECLI:NL:PHR:2012:BV9347
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperkte gevolgen onrechtmatige detentie en responsieplicht bij redelijke termijn
In deze zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden verdachte veroordeeld wegens medeplegen van oplichting. Verdachte stelde in hoger beroep dat hij onrechtmatig was gedetineerd en dat bij strafoplegging rekening moest worden gehouden met overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad bevestigt dat onrechtmatige detentie, zoals de tenuitvoerlegging van een niet-onherroepelijk vonnis, slechts leidt tot schadevergoeding en niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Dit omdat het recht op een eerlijk proces niet is geschonden.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof niet hoefde te reageren op het summiere verweer over overschrijding van de redelijke termijn, omdat dit niet als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt kon worden opgevat. De redelijke termijn was naar het oordeel van de Hoge Raad niet overschreden, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat beide middelen falen en het cassatieberoep moet worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; onrechtmatige detentie leidt niet tot niet-ontvankelijkheid en het hof hoefde niet te reageren op summier verweer over overschrijding redelijke termijn.