ECLI:NL:PHR:2012:BW0404
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid herroeping voorwaardelijk psychiatrisch ontslag ondanks overschrijding beslistermijn
Betrokkene, opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een machtiging tot voortgezet verblijf, kreeg voorwaardelijk ontslag dat later werd ingetrokken. Na heropname verzocht hij de rechtbank om een beslissing over deze heropname. De rechtbank vernietigde het intrekkingsbesluit en beval een nieuw besluit. De nieuwe intrekking werd gehandhaafd wegens het ontbreken van een stabiele woon- of verblijfplaats en het risico op terugval.
De rechtbank besloot na een mondelinge behandeling het verzoek tot ontslag af te wijzen, waarbij werd vastgesteld dat het gevaar voor betrokkene niet buiten het ziekenhuis kon worden afgewend. Betrokkene stelde cassatie in tegen deze beslissing, onder meer vanwege overschrijding van de wettelijke beslistermijn van drie weken en schending van het recht op hoor en wederhoor.
De Hoge Raad oordeelde dat de overschrijding van de beslistermijn niet leidt tot nietigheid van de beschikking, omdat het hier een termijn van orde betreft. Ook werd geoordeeld dat betrokkene voldoende gelegenheid had gekregen om zich uit te spreken over alle stukken, en dat de rechtbank terecht geen heropening van de mondelinge behandeling noodzakelijk achtte. De beoordeling van het gevaar was naar het oordeel van de Hoge Raad niet onbegrijpelijk en hield rekening met relevante feiten uit het verleden. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking tot handhaving van de herroeping van het voorwaardelijk ontslag blijft in stand.