ECLI:NL:PHR:2012:BX9551
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen recht op advocaat bij telefonisch verhoor niet-aangehouden verdachte
In deze zaak werd verdachte telefonisch verhoord terwijl zij verbleef in een revalidatiecentrum, zonder dat zij voorafgaand of tijdens het verhoor met een advocaat kon overleggen. De raadsman van verdachte stelde dat dit in strijd was met het recht op rechtsbijstand zoals neergelegd in het EVRM en de jurisprudentie van het EHRM, waaronder het Salduz-arrest. Volgens hem moesten de verklaringen van verdachte daarom worden uitgesloten van bewijs.
Het hof verwierp dit verweer omdat verdachte niet was aangehouden en de Hoge Raad heeft deze lijn bevestigd. De Hoge Raad stelt dat de regel uit de Salduz-jurisprudentie, die geldt voor aangehouden verdachten, niet zonder meer van toepassing is op niet-aangehouden verdachten. De zaak Šebalj tegen Kroatië brengt hierin geen verandering, aangezien het EHRM daar een schending van art. 6 EVRM Pro aannam op basis van bijzondere omstandigheden die hier niet aanwezig zijn.
De Hoge Raad benadrukt dat hoewel het recht op rechtsbijstand een fundamenteel recht is, dit niet automatisch betekent dat een verdachte recht heeft op fysieke aanwezigheid van een advocaat bij elk verhoor. Het voorstel voor een EU-richtlijn die dit zou regelen is nog in discussie en gaat verder dan de huidige jurisprudentie. De verklaring van verdachte is daarom toelaatbaar als bewijs en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verklaring van verdachte is toelaatbaar als bewijs.