ECLI:NL:PHR:2013:1073
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis naast voorwaardelijke strafoplegging met opnamevoorwaarde
In deze zaak stond centraal of een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis kan samengaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf met de bijzondere voorwaarde van opname in een kliniek. Betrokkene was aanvankelijk opgenomen op grond van een voorlopige machtiging, maar werd later in voorlopige hechtenis genomen wegens bedreiging. Na het onherroepelijk worden van het strafvonnis met opnamevoorwaarde, werd betrokkene opnieuw opgenomen in een forensisch psychiatrische kliniek.
De rechtbank verleende een machtiging tot voortgezet verblijf, ondanks dat betrokkene zich volgens de behandelend psychiater vrijwillig in de kliniek zou bevinden. De Hoge Raad bevestigde dat de voorlopige machtiging niet automatisch vervalt door de voorlopige hechtenis en dat het strafrechtelijke voorwaarde van opname geen zelfstandige titel is voor gedwongen opname. De machtiging tot voortgezet verblijf is nodig om het gevreesde gevaar af te wenden wanneer vrijwillige opname onvoldoende is.
De Hoge Raad verwierp de klachten over motivering en geldigheidsduur van de machtiging. Ook werd geoordeeld dat de dreiging van tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf onvoldoende is om het gevreesde gevaar te keren, zodat een gedwongen opname gerechtvaardigd kan zijn. De machtiging tot voortgezet verblijf werd voor de maximale duur van een jaar toegekend, conform de wettelijke bepalingen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de machtiging tot voortgezet verblijf wordt bevestigd.