Conclusie
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
De ontvankelijkheid van het hoger beroep
nieuwegrieven meer mogen worden aangevoerd. Nieuwe grieven/gronden mogen nadien worden aangevoerd [9] :
Parket bij de Hoge Raad
In deze gezagszaak was het geschil gericht op de vraag of het gerechtshof de vader alsnog de gelegenheid had moeten bieden om tijdens de mondelinge behandeling grieven tegen een beschikking van de rechtbank aan te voeren, terwijl het beroepschrift geen gronden bevatte.
De vader had in hoger beroep een blanco beroepschrift ingediend, zonder duidelijke omschrijving van verzoek en gronden. Het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk, omdat het beroepschrift niet voldeed aan de wettelijke eisen van art. 278 en Pro 359 Rv. De vader voerde aan dat hij pas kort voor de zitting had vernomen dat zijn advocaat was geschorst en dat hem telefonisch was toegezegd voldoende gelegenheid te krijgen om zijn verweer te voeren.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de niet-ontvankelijkheid had uitgesproken. De regel dat gronden in het beroepschrift moeten zijn opgenomen, kent slechts zeer beperkte uitzonderingen, die hier niet van toepassing waren. De aard van de zaak en omstandigheden rondom advocaatwissel rechtvaardigen geen afwijking van deze regel. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader werd verworpen en het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.