ECLI:NL:RBONE:2013:BZ5256
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bedrijfsopvolgingsregeling bij verkrijging privévermogen wegens gelijkheidsbeginsel
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag erfbelasting en heffingsrente, stellende dat hij op grond van het gelijkheidsbeginsel recht heeft op de bedrijfsopvolgingsregeling, ook voor privévermogen. De rechtbank stelt vast dat de regeling is bedoeld om liquiditeitsproblemen bij ondernemingen te voorkomen en dat privévermogen niet gelijkgesteld kan worden aan ondernemingsvermogen.
De rechtbank benadrukt de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever bij het maken van onderscheid tussen vermogenssoorten en toetst marginaal of deze ruimte is overschreden. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de regeling specifiek is ontworpen om ondernemerschap te stimuleren en liquiditeitsproblemen te voorkomen, hetgeen niet geldt voor privévermogen.
Ook bij een veronderstelde gelijke behandeling of disproportionele ongelijke behandeling is er volgens de rechtbank een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het onderscheid. De verhogingen van vrijstellingspercentages zijn gebaseerd op praktijkonderzoek en politieke besluitvorming, wat de rechtmatigheid van de regeling onderstreept.
Het beroep op strijd met het Eerste Protocol EVRM wordt eveneens verworpen, omdat de heffing binnen de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever valt en geen excessieve last oplevert. Het beroep tegen de aanslag en de heffingsrente wordt ongegrond verklaard, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep op toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling voor privévermogen wordt afgewezen en het beroep tegen de aanslag en heffingsrente wordt ongegrond verklaard.