Conclusie
eerste middelklaagt in samenhang met de daarop gegeven toelichting dat, nu uit het bestreden arrest blijkt dat de betrokkene in de hoofdzaak is veroordeeld ter zake van medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in art. 3 van Pro de Opiumwet gegeven verbod, het oordeel van het Hof dat het wederrechtelijk verkregen voordeel in zijn geheel aan de betrokkene moet worden toegerekend zonder nadere motivering niet begrijpelijk is.
Schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel
A. Inkomsten
B. Kosten
C. Conclusie
Fotoboek meerdere kweken, dossierpagina 94, voor zover zakelijk weergegeven inhoudende:
afschrift van een beschikking van de rechtbank Rotterdamvan 4 mei 2011, voor zover zakelijk weergegeven inhoudende:
BESLISSING
De rechtbank homologeert het op 22 april aangenomen akkoord.
afschrift van een overzichtslijst ex artikel 121 van Pro de Faillissementswet, voor zover zakelijk weergegeven inhoudende:
tweede middelklaagt dat art. 6 EVRM Pro is geschonden doordat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden.