ECLI:NL:PHR:2013:BZ3622
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplichtigheid aan opzettelijk gelegenheid verschaffen voor productie MDMA
Op 28 december 2007 werd op het perceel van verdachte een productieplaats voor synthetische drugs (MDMA) aangetroffen. Verdachte was eigenaar en bewoner van het terrein, dat geheel was omheind en alleen toegankelijk via een afstandsbediening. In een vrijstaand gebouwtje op het terrein werden diverse chemicaliën en apparatuur voor de productie van MDMA gevonden.
Verdachte verklaarde dat hij de schuur had verhuurd aan een derde en niet op de hoogte was van de productieactiviteiten. Zijn toenmalige echtgenote getuigde echter dat verdachte haar verbood zich met de activiteiten te bemoeien en dat hij haar waarschuwde voor mogelijke geweldsrisico's als zij zijn vermoedens zou uiten. Verdachte had gezien dat spullen werden aangevoerd en verwees mensen naar de schuur.
Het hof concludeerde dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat op zijn terrein MDMA werd bereid en dat hij opzettelijk gelegenheid heeft verschaft tot het plegen van dit misdrijf. De Hoge Raad oordeelde dat deze bewezenverklaring voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk was. Klachten over bewijsvoering en denaturering van verklaringen werden verworpen. Wel werd de redelijke termijn overschreden, wat tot strafvermindering kan leiden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor wat betreft de strafmaat en liet de rest van het arrest in stand. Verdachte werd veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan het opzettelijk gelegenheid verschaffen tot productie van MDMA.