ECLI:NL:PHR:2013:BZ7857
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid terugwerkende kracht verlaging overdrachtsbelasting tot 15 juni 2011
De zaak betreft een belanghebbende die op 14 juni 2011 een appartementsrecht verwierf en aanspraak maakt op het verlaagde overdrachtsbelastingtarief van 2%, dat met terugwerkende kracht tot 15 juni 2011 werd ingevoerd. Hij stelt dat de beperking van de terugwerkende kracht tot 15 juni 2011 discriminerend is ten opzichte van belastingplichtigen die tussen 15 juni en 1 juli 2011 een woning hebben verkregen.
De Rechtbank Haarlem heeft het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de keuze van de ingangsdatum en dat de terugwerkende kracht gerechtvaardigd is door het voorkomen van uitstelgedrag en het beschermen van het vertrouwen dat werd gewekt door kabinetsuitlatingen in de tweede helft van juni 2011. De belanghebbende stelde sprongcassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad overweegt dat het discriminatieverbod van het EVRM en het IVBPR niet meebrengt dat de terugwerkende kracht verder terug moet gaan dan 15 juni 2011. De keuze voor deze datum is niet van redelijke grond ontbloot, mede gezien de notariële praktijk van concentratie van leveringen op de eerste en vijftiende van de maand. Verder zou een verdere terugwerkende kracht leiden tot onaanvaardbare budgettaire gevolgen en nieuwe ongelijkheden.
De Hoge Raad concludeert dat de wetgever zijn beoordelingsvrijheid niet heeft overschreden, dat de beperking van de terugwerkende kracht niet leidt tot een ontoelaatbare discriminatie en dat het cassatieberoep ongegrond moet worden verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; de terugwerkende kracht van de tariefsverlaging is rechtmatig beperkt tot 15 juni 2011.