Conclusie
Inleiding
De prejudiciële vraag; vooropstelling
omvangvan de schade kan worden bepaald. Zie de hiervoor aangehaalde passages uit de MvA II. Zie voorts HR 21 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9610, NJ 2009/50 m.nt. Jac. Hijma, waar in rov. 4.6 werd overwogen als volgt. Het feit dat de omvang van een vordering voorshands nog niet vaststaat, brengt niet mee dat die vordering nog niet opeisbaar is. Ook indien de omvang van een vordering tot schadevergoeding pas in een later stadium komt vast te staan – bijvoorbeeld na bewijslevering, dan wel in een afzonderlijke procedure zoals een schadestaat, een procedure voor een buitenlandse rechter of een arbitraal geding – is die vordering opeisbaar vanaf het moment dat de schade is geleden en aan de voorwaarden voor aansprakelijkheid is voldaan. Zie voorts Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2012/395.
in de toekomsttelkens zal lijden, had begroot op een naar die datum gekapitaliseerd bedrag ineens waarover wettelijke rente was verschuldigd.
omvangvan de totale schade nog niet vaststaat, is naar algemeen wordt aangenomen, niet relevant. Een andere kwestie is of de omstandigheid dat tijdens de looptijd van de overeenkomst onzeker is of schade is geleden nu de afnemer de economische eigendom van de geleasete effecten heeft verkregen en bij de beëindiging van de leaseovereenkomst kan blijken dat in het geheel geen schade is geleden, meebrengt dat de vordering met betrekking tot de termijnbetalingen eerst opeisbaar is bij de beëindiging van de overeenkomst, mits dan blijkt dat schade is geleden (hetgeen afhankelijk is van de waarde van de geleasete effecten bij de beëindiging van de overeenkomst). Het komt mij voor dat deze omstandigheid (de omstandigheid dat nog niet vaststaat
datschade is geleden) niet noodzakelijkerwijs aan de opeisbaarheid van de vorderingen met betrekking tot de termijnbetalingen in de weg staat. Het betreft immers een aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad wegens het nalaten de afnemer de overeenkomst te ontraden die mede door de termijnbetalingen een onevenredig zware last voor hem vormden. Deze onevenredig zware last bestaat onverschillig of uiteindelijk een positief resultaat wordt bereikt, althans geen negatief resultaat wordt geboekt. Wordt uiteindelijk geen schade geleden (doordat geen negatief resultaat wordt geboekt), dan zal de aanbieder overigens ook niet worden aangesproken uit onrechtmatige daad. De vraag op welke grond een positief resultaat ‘verrekend’ zou moeten worden, zal dan ook niet opkomen.
de wijze van schadebegrotingdie in effectenleasezaken wordt gevolgd, mee dat de schade geacht moet worden te zijn geleden op het tijdstip waarop de overeenkomst wordt beëindigd nu de schade naar dat tijdstip wordt vastgesteld door ‘saldering’ van geleden schade en genoten voordeel (eventueel genoten dividenduitkeringen en eventueel te verrekenen voordeel uit andere effectenleaseovereenkomsten), waarna de correctie wegens eigen schuld wordt toegepast. Zie ook het gerechtshof Leeuwarden in de zijn hiervoor onder 26 genoemde arrest van 13 maart 2012 (ECLI:NL:GHLEE:2012:BV8653), waarbij het hof verwees naar het arrest van uw Raad in de zaak [C]/Dexia. Dat brengt mee dat ook de vordering tot vergoeding van de schade die bestaat in de rente en aflossingen pas opeisbaar wordt bij beëindiging van de effectenleaseovereenkomst en dat wettelijke rente ook eerst dan verschuldigd wordt.