E3.2
Met betrekking tot de vraag wat de oorzaak van het overlijden van [slachtoffer] is geweest, is door verschillende deskundigen onderzoek verricht en is het volgende gerapporteerd:
- "Het longoedeem en de volle blaas zijn niet specifiek, maar komen onder andere vaak voor bij intoxicaties. Er waren geen aanwijzingen voor ziekelijke orgaanafwijkingen die het intreden van de dood zonder meer zouden kunnen verklaren of hiervoor van betekenis geweest zouden zijn." (dr. Kubat, arts-patholoog, voorlopige sectie, bewijsmiddel
B3);
- "De bij het toxicologisch onderzoek aangetoonde middelen, met name de hoge minoxidil concentratie in combinatie met alcohol, kunnen aanleiding geweest zijn voor het overlijden. Deze middelen kunnen een daling van de bloeddruk veroorzaken waardoor verschillende levensbelangrijke functies verstoord kunnen raken of kunnen uitvallen. Dit kan ook de hartfunctie betreffen, zeker wanneer het hart tevoren al niet geheel gezond was. Een dergelijke verstoring of uitval van de hartfunctie leidt dan tot een verdere verslechtering van de algehele toestand en uiteindelijk tot de dood.
Conclusie
Het overlijden van [slachtoffer] wordt verklaard door een intoxicatie met meerdere middelen, al dan niet in combinatie met ziekelijke afwijkingen aan het hart. Een andere doodsoorzaak is bij sectie niet gebleken." (dr. Kubat definitieve sectie, bewijsmiddel
B4)
- "Bij [slachtoffer] was een zeer hoge concentratie Minoxidil in het femoraalbloed aanwezig. De aanwezigheid van een dergelijk hoge spiegel kan op zich reeds en zeker in combinatie met hoog alcohol en de beschreven hartafwijkingen het acuut intreden van de dood zonder meer verklaren. Alles tezamen kan ook na beschouwing van de medische voorgeschiedenis worden gesteld dat het intreden van de dood bij [slachtoffer] vrijwel zeker gelegen is in de combinatie van een ernstig ziekelijk voorbelast hart, een zeer hoog alcoholpromillage en de aanwezigheid van hoog gedoseerd Minoxidil." (Dr. Van de Goot, arts-patholoog, herbeoordeling sectierapport, bewijsmiddel
B5);
- "De conclusie blijft derhalve gehandhaafd dat het intreden van de dood bij [slachtoffer] gelegen is in de combinatie van een ernstig ziekelijk voorbelast hart, een hoge alcoholpromillage en de aanwezigheid van minoxidil in het bloed." (Dr. Van de Goot, herbeoordeling aanvullende rapportage, bewijsmiddel
B6);
- "De resultaten van beide contraonderzoeken komen met de resultaten van de NFI-rapporten overeen. Ik blijf derhalve bij de door mij eerder gestelde conclusies." (Dr. Kubat, beantwoording aanvullende vragen contra-expertise, bewijsmiddel
B7);
- "De hoge minoxidilconcentratie in combinatie met de alcoholconcentratie, kunnen aanleiding geweest zijn voor het overlijden van [slachtoffer]." "Bij uitsluiting van een andere doodsoorzaak zou het overlijden van [slachtoffer] kunnen worden verklaard door de met het toxicologisch onderzoek in het femoraal bloed van [slachtoffer] gemeten concentratie van ongeveer 3,7 mg/1 minoxidil." (Dr. M. Verschraagen, rapportage toxicologisch onderzoek, bewijsmiddelen
C2en
C3)
a. [slachtoffer] is op zaterdagavond 7 maart 2009 thuis gekomen na een verblijf van 1 week in Spanje bij zijn dochter, [betrokkene 1]. [slachtoffer] is samen met zijn vriend [betrokkene 2] in Spanje geweest om te klussen bij zijn dochter. (zie o.a. bewijsmiddelen
A3, D2 en D3)
b. Blijkens de verklaringen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben zij een fijne week gehad in Spanje en was [slachtoffer] in uiterst goede stemming. Hij had aangegeven in mei weer naar Spanje te komen om de klus af te maken (zie o.a. bewijsmiddelen
D2 en D3)
c. Op zondag 8 maart is [slachtoffer] samen met verdachte thuis in de woning. [slachtoffer] is al vroeg die ochtend begonnen met alcohol drinken. Hij drinkt daarbij verschillende flessen wijn en bier en onder andere uit een stenen fles Rua Vieja , die hij uit Spanje heeft meegenomen.(zie o.a. bewijsmiddelen
D2en
D4)
d. Op enig moment op zondagmiddag heeft hij zijn zoon [betrokkene 3] nog telefonisch gesproken. Het was een normaal gesprek waarin [slachtoffer] vertelde over de week in Spanje. [betrokkene 3] had niets bijzonders aan het gedrag van zijn vader gemerkt. Hij was vrolijk, opgewekt en enthousiast. (zie o.a. bewijsmiddelen
D4 en D5)
e. Omstreeks 18.30 op zondag 8 maart vertrekt verdachte naar buiten om de hond uit te gaan laten. Bij terugkomst treft zij haar echtgenoot, [slachtoffer], dwars liggend op het bed en levenloos aan. Enige tijd later wordt door huisarts [de huisarts] de dood van [slachtoffer] geconstateerd. (zie o.a. bewijsmiddelen
B1en
D5)
f. Terwijl huisarts [de huisarts] onderweg is vanaf de woning van verdachte, wordt hij gebeld door de huisartsenpost met het verzoek met spoed de dochter van [slachtoffer] te bellen. [betrokkene 1] vertelt [de huisarts] vervolgens dat [slachtoffer] vorige week in Spanje had verteld dat verdachte medicijnen door zijn eten had gedaan. (zie o.a. bewijsmiddel
B1)
g. Hierop wordt de zaak overgenomen door de politie en wordt terug gegaan naar de woning van verdachte en onderzoek ingesteld. De verbalisanten die ter plaatse waren in de woning van verdachte, relateren dat verdachte zich rusteloos gedroeg, steeds het gedeelte van de woning in wilde gaan waar het onderzoek bezig was en voortdurend bezig was met allerlei handelingen (opruimen, iets oppoetsen in de koelkast). (zie o.a. bewijsmiddelen
A1en
A2)
h. Nadat opnieuw telefonisch contact is opgenomen met [betrokkene 1] en [betrokkene 2], wordt door de officier van justitie besloten om verdachte aan te houden. Op het moment dat dit aan verdachte wordt medegedeeld, haalt verdachte een bruin flesje met een zwarte dop uit haar broekzak dat zij op het aanrecht zet (svo4). Het flesje bevat een rood etiket waarop de naam van een apotheker in Zelzate (België) staat. Bij de insluitingsfouillering wordt een strip met 8 tabletten van het merk Zentiva bij verdachte in beslag genomen. (zie o.a. bewijsmiddelen
A2,
C1 en C7)
i. Uit de sectie en nader onderzoek blijkt dat [slachtoffer] is overleden door een combinatie van een ernstig ziekelijk voorbelast hart, een zeer hoog alcoholpromillage en de aanwezigheid van hoog gedoseerd Minoxidil. (zie hiervoor onder
E3)
j. Het bruine flesjes met zwarte dop dat verdachte uit haar broekzak haalde bij aanhouding, blijkt een flesje met minoxidil (haargroeimiddel) te zijn, de stof die [slachtoffer] in hoge dosis in zijn lichaam had. (zie o.a. bewijsmiddelen
C1en
C3)
k. In het lichaam van [slachtoffer] wordt voorts de stof amitriptyline aangetroffen, zijnde de werkzame stof die de tabletten (van het merk Zentiva) bevat die eveneens bij verdachte zijn aangetroffen. (zie o.a. bewijsmiddelen
C1, C2 en C8)
l. Zowel Minoxidil als Amitriptyline waren middelen die verdachte op het moment van overlijden van [slachtoffer] gebruikte en behoorden niet tot de actuele medicatie van [slachtoffer] (zie o.a. bewijsmiddelen
D1, D5 en D6)
m. In de eerder genoemde door [slachtoffer] op 8 maart 2009 leeg gedronken fles Rua Vieja en in een door [slachtoffer] gebruikt sherryglas worden resten Minoxidil aangetroffen. (zie o.a. bewijsmiddelen
C1, C4, C5, C6 en C8)
n. In het lichaam van [slachtoffer] worden ook resten van medicatie aangetroffen die tot de actuele medicatie van [slachtoffer] behoorden (zie o.a. bewijsmiddelen
C1, C2, C8 en D1)
o. Op de dop van het bruine flesje met zwarte dop bevattende Minoxidil wordt DNA van verdachte aangetroffen. (zie o.a. bewijsmiddelen
C1, C4, C7)
E.4.2
Zoals hiervoor onder E3 is overwogen staat naar het oordeel van het hof vast dat [slachtoffer] op 8 maart 2009 is overleden doordat hij een hoge dosering van het middel minoxidil heeft binnengekregen. Op grond van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden stelt het hof vast dat deze minoxidil zich in de fles Rua Vieja en in het sherryglas heeft bevonden en dat [slachtoffer] dit middel binnen heeft gekregen doordat het middel (al dan niet gemengd met de zich nog in de fles Rua Vieja bevindende alcoholische drank) vanuit de fles Rua Vieja in het sherryglas is gegoten en vervolgens door [slachtoffer] is opgedronken, dan wel vanuit de fles Rua Vieja direct door [slachtoffer] is opgedronken.
E.4.3
Uit de hiervoor onder E.4.1 weergegeven feiten en omstandigheden leidt het hof af dat het verdachte zou kunnen zijn geweest die minoxidil in de fles Rua Vieja en/of het sherryglas heeft gegoten ten einde te bewerkstelligen dat [slachtoffer] het middel zou opdrinken.
E.4.4
Verdachte heeft steeds ontkend dat zij haar echtgenoot minoxidil heeft toegediend/laten opdrinken op de wijze als ten laste gelegd. Ten verweer en ter ondersteuning van die stelling is aangevoerd dat er zeer wel een alternatief scenario denkbaar is. Door de verdediging zijn de volgende scenario’s genoemd:
- een vergissing door [slachtoffer],
- een zucht naar alcohol, en
- (poging tot) zelfmoord door [slachtoffer].
Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of één van deze alternatieve scenario’s reëel is en of daarvoor ondersteunend bewijs te vinden is in het dossier.
Een vergissing dan wel een zucht naar alcohol door [slachtoffer]?
E4.5
Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen blijkt dat de minoxidil in de fles Rua Vieja en in het sherryglas is aangetroffen. Het middel is derhalve niet (bij vergissing of in een zucht naar alcohol) rechtstreeks uit het flesjes opgedronken, maar eerst uitgeschonken. Het middel werd niet door [slachtoffer] gebruikt en had bovendien een geur van chemische alcohol. Het hof acht dan ook volstrekt niet aannemelijk dat [slachtoffer] dit middel bij vergissing, dan wel in een zucht naar alcohol voor zich zelf heeft uitgeschonken/gemengd met de Rua Vieja in het sherryglas. In het lichaam van [slachtoffer] is tevens amitriptyline aangetroffen, eveneens een medicijn dat door verdachte en
nietdoor [slachtoffer] werd gebruikt. [slachtoffer] zou zich dan ook hierin moeten hebben vergist, terwijl uit de bewijsmiddelen blijkt dat hij vlak voor zijn overlijden ook zijn gebruikelijke medicatie heeft geslikt.
Het hof acht het scenario dat [slachtoffer] bij vergissing, dan wel in een zucht naar alcohol uit het flesje met minoxidil heeft gedronken, volstrekt niet aannemelijk geworden.
Het verweer wordt in zoverre verworpen.
(Poging tot) zelfmoord door [slachtoffer]?
E.4.6
Het hof stelt vast dat in het dossier geen enkele aanwijzing te vinden is voor het scenario dat [slachtoffer] zichzelf op 8 maart 2009 van het leven heeft willen beroven.
Integendeel,
- [betrokkene 1] en [betrokkene 2] verklaren beiden dat de week in Spanje erg leuk was geweest en dat [slachtoffer] vrolijk en in heel goede doen was, hij zou snel (in mei) weer terug naar Spanje komen om de klus af te maken;
- [betrokkene 3] verklaart dat hij zijn vader op de dag van zijn overlijden ’s middags telefonisch heeft gesproken en dat hij vrolijk en enthousiast was. Hij had niets gemerkt aan het gedrag van zijn vader en had zijn zoon nog verteld hoe fijn het was geweest in Spanje;
- Er zijn geen afscheidsbrieven, lege medicijnpotjes of –strips aangetroffen in de woning;
- De minoxidil en de amitriptyline zijn medicijnen die door verdachte worden gebruikt en zijn ook beide bij verdachte aangetroffen kort na het overlijden van [slachtoffer];
- [slachtoffer] had (kort) voor zijn overlijden zelf nog de gebruikelijke dosering van zijn eigen medicatie ingenomen;
- De minoxidil is niet rechtstreeks uit het bruine medicijnflesje gedronken, maar eerst vanuit de fles Rua Vieja uitgeschonken in het sherryglas danwel vanuit de fles Rua Vieja direct door [slachtoffer] opgedronken;
- In het dossier bevindt zich enkele actuele informatie waaruit blijkt dat [slachtoffer] depressief was op het moment van overlijden;
Het scenario dat [slachtoffer] zichzelf op 8 maart 2009 van het leven heeft beroofd is naar het oordeel van het hof dan ook volstrekt niet aannemelijk geworden.
Het verweer wordt in zoverre verworpen.
E4.7
Het vorenstaande dient naar het oordeel van het hof tot de conclusie te leiden dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de persoon is geweest die de minoxidil (bestemd voor [slachtoffer]) in de fles Rua Vieja en/of het sherryglas heeft gegoten ten einde te bewerkstelligen dat het middel in het lichaam [slachtoffer] terecht zou komen.
Het verweer onder c wordt in al zijn onderdelen verworpen.
E.4.8
Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte met dit handelen opzet heeft gehad om [slachtoffer] om het leven te brengen. Het hof is van oordeel dat deze vraag ontkennend dient te worden beantwoord. Op het etiket van het bruine medicijnflesje met zwarte dop, bevattende haargroeimiddel, staat enkel de informatie vermeld dat het middel voor uitwendig gebruik is bedoeld. Er staat niet op vermeld dat het middel minoxidil bevat en verdachte heeft verklaard dat zij geen bijsluiter heeft ontvangen toen zij het middel, met het oog op haar haaruitval, in België heeft afgehaald. Ook overigens blijkt niet uit het dossier, dat verdachte bekend was met het feit dat het haargroeimiddel dat zij gebruikte minoxidil bevatte, en dat verdachte bekend was met de werking van minoxidil bij orale inname. Het hof kan op grond van het onderzoek ter terechtzitting dan ook niet vaststellen dat het opzet van verdachte – ook niet in voorwaardelijke zin – was gericht op de dood van [slachtoffer].
E4.9
Anders dan de raadsman is het hof wel van oordeel dat door het handelen van verdachte (minst genomen) sprake was van voorwaardelijk opzet op het toebrengen van pijn, letsel of benadeling van de gezondheid van [slachtoffer]. Ingevolge artikel 300, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt met mishandeling gelijkgesteld opzettelijke benadeling van de gezondheid. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals in het onderhavige geval impliciet vereist ten aanzien van het toebrengen van pijn, letsel of benadeling van de gezondheid – is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal daarbij moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.
E4.10
Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte is een bruin medicijnflesje met zwarte dop, bevattende haargroeimiddel, aangetroffen, welk flesje verdachte in haar zak had zitten toen zij werd aangehouden. Dit flesje blijkt het middel te bevatten dat in het lichaam van het slachtoffer is aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat zij dit middel gebruikte in verband met haaruitval. Zij deed het op haar vingers of mengde het in een kom met andere middelen en smeerde het vervolgens op haar huid. Op het etiket van het flesje staat omschreven dat het voor uitwendig gebruik diende. De apotheker waar het flesje vandaan komt, heeft bevestigd dat het middel enkel voor uitwendig gebruik is bestemd. Mede gezien de omstandigheid dat verdachte nadrukkelijk op de hoogte was van de fysieke klachten van haar echtgenoot (hoge bloeddruk en het zwakke hart) en zijn overmatige alcoholgebruik volgt naar het oordeel van het hof dat verdachte door het inwendig (Iaten) gebruiken van het haargroeimiddel door haar echtgenoot minst genomen de aanmerkelijke kans op het toebrengen van pijn of letsel, dan wel het benadelen van de gezondheid van [slachtoffer] bewust heeft aanvaard.
Het hof acht het opzet op mishandeling, de dood ten gevolge hebbend, zoals subsidiair ten laste gelegd dan ook wettig en overtuigend bewezen.
E4.11
Met betrekking tot de vraag of verdachte heeft gehandeld met voorbedachte raad, overweegt het hof het volgende.
Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit dat zij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat zij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Het hof is van oordeel dat uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen blijkt dat het door verdachte aan [slachtoffer] te drinken geven en/of ter consumptie achterlaten en/of laten innemen en/of laten opdrinken van minoxidil het gevolg is geweest van een tevoren door verdachte genomen besluit en dat zij tussen het nemen van dat besluit en de uitvoering daarvan gelegenheid heeft gehad om over de betekenis en de gevolgen van die voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven. Het hof is daarom van oordeel dat verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld.
E4.12
Op grond van het vorenstaande concludeert het hof dat het opzet van de verdachte minst genomen in voorwaardelijke zin gericht was op het mishandelen van [slachtoffer], hetgeen de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad, en dat verdachte daarbij heeft gehandeld met voorbedachte raad. Het hof acht het subsidiair ten laste gelegde feit derhalve bewezen.
Het verweer onder d wordt in al zijn onderdelen verworpen. Gelet hierop behoeft het verweer onder e geen bespreking meer.”