Conclusie
Indien blijkt dat er door [betrokkene 2] , juridisch gezien, geen 100% zekerheid verschaft kan worden inzakebedoelde mogelijke toekomstige indeplaatsstellingen, verkrijgt [betrokkene 1] , ter meerdere zekerheid eenhypotheek op het huis van [betrokkene 2] in Marbella. welk o.g. belast is met een 1 hypotheekvan ten hoogste 2,4 miljoen.’
zonderde handtekening van [B] juridisch niet afdoende is, en omdat [betrokkene 2] voorshands – om hem moverende redenen – [B] niet wenst te verzoeken bijgaande indeplaatststellingsakte mede te laten ondertekenen, heb ik gisteren met [betrokkene 2] besproken dat de overeengekomen 2e hypotheek op zijn huis in Marbella nu in orde wordt gemaakt.
tweedehypotheek alsmede een recht van tweede pand tot een bedrag van 3 miljoen euro € 3.000.000,00) (...) zulks tot zekerheid van de verplichtingen van de schuldenaar op grond van voormelde akte van schuldbekentenis/overeenkomst van geldlening op 1 maart tweeduizendtien voor mij, notaris, verleden, op het hierna te noemen registergoed, te weten:
Wij hebben nooit een kopie van deze akte [bedoeld wordt de akte van 23 juni 2010; toevoeging
Belehrungvoortvloeit, kan onder de geschetste bijzondere omstandigheden – te weten tijdsdruk en het feit dat klager zich tijdens de onderhandelingen door een deskundige heeft laten bijstaan – naar het oordeel van de kamer niet staande worden gehouden dat de notaris deze verplichting in dit bijzondere geval heeft geschonden. De kamer is evenmin van oordeel dat de notaris onder de geschetste omstandigheden de verplichting had klager te wijzen op de eventuele risico’s verbonden aan de in de overeenkomst van geldlening vastgelegde bepalingen. Daarbij verdient opmerking dat klager weliswaar een substantieel geldbedrag aan [betrokkene 2] heeft geleend maar dat de door partijen vastgestelde tegenprestatie – een rentepercentage van 10% - er reeds op wijst dat de in zaken deskundige partijen zich bij het tot stand komen van de overeenkomst van een zeker risico bewust moeten zijn geweest. Dit klachtonderdeel zal ongegrond worden verklaard.
Belehrungniet heeft geschonden. Hij heeft daaraan nog het volgende toegevoegd:
2.Procesverloop
3.Bespreking van het principale cassatiemiddel
zelfonderzoek te verrichten naar de rechtstoestand van de villa in Spanje; in de daaropvolgende rov. 3.9 is het hof immers ingegaan op de vraag of [verweerders] een Spaanse notaris voor dit onderzoek hadden moeten inschakelen. Nu – zoals het hof in rov. 3.8 constateert – een Nederlandse notaris geen toegang heeft tot informatie over de rechtstoestand van in Spanje gelegen registergoederen, meen ik dat het hof de zwaarwegende zorgplicht van de notaris niet heeft miskend door aan deze omstandigheid de conclusie te verbinden dat van [verweerders] niet kon worden gevergd om uit eigen beweging zelf naar de rechtstoestand te rechercheren
voor hem toegankelijkeregisters raadpleegt, vervolgens in rov. 3.7-3.10 is ingegaan op de vraag of in dit geval een recherche kon worden gevergd en in rov. 3.11 de vraag of gewaarschuwd had moeten worden voor het achterwege laten van een recherche is besproken.
het huis van [betrokkene 2] in Marbella welk o.g. belast is met een 1 hypotheek van ten hoogste 2,4 miljoen.” Zo beschouwd maken de stellingen onder a) de redenering van het hof in rov. 3.10 niet onbegrijpelijk en noopten zij ook niet tot het geven van een nadere motivering.