Conclusie
1.[verweerder 1]
2.Procesverloop
in een klemsituatie bevonden. Zij hadden een nieuw huis gekocht en bleven door toedoen van [eiser] met het oude huis zitten. Zij hadden er dan ook groot belang bij dat huis op korte termijn te verkopen. Onder deze omstandigheden is aannemelijk dat zij geen sterke onderhandelingspositie hadden in de onderhandelingen met een mogelijke nieuwe koper. Daarbij komt dat de prijzen van woningen na 2008 in Nederland aanzienlijk zijn gedaald. Dat [verweerders] de woning hebben verkocht voor € 40.000,- minder dan de met [eiser] overeengekomen prijs is in dat licht bezien niet verwonderlijk. Verder is deze gestelde schade niet meer dan 10% van de oorspronkelijke met [eiser] overeengekomen koopprijs (uit de tweede koopovereenkomst).Voor zover [eiser] zich op schending van de schadebeperkingsplicht heeft beroepen, heeft hij dat beroep onvoldoende onderbouwd. Naar het oordeel van het hof komt aldus deze gevorderde schadevergoeding ad € 40.000.- voor toewijzing in aanmerking.
3.Bespreking van het middel
onderdelen 1.2, 1.3 en 1.5, die erop neerkomen dat het hof een onbegrijpelijke lezing heeft gegeven aan de inleidende dagvaarding nr. 24 en de MvA nr. 83. Deze passages luiden:
onderdeel 1.6met de klacht dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door ambtshalve te oordelen dat [verweerders] ook aanvullende schadevergoeding hebben gevorderd.
Onderdeel 1.1faalt. Er is geen innerlijke tegenstrijdigheid tussen rov. 4.1 en 4.2 TA (waarin het hof de vorderingen van [verweerders] weergeeft) en het oordeel in rov. 5.5 EA en 2.2 TA (dat [verweerders] ook schadevergoeding vorderen). Het hof legt immers uit waarom het dat laatste ook in de stellingen van [verweerders] leest.
onderdeel 2.1) dan wel onbegrijpelijke toepassing van (
onderdeel 2.2) de leer van de bindende eindbeslissing.
Onderdeel 2.3mist feitelijke grondslag; het hof is immers niet uitgegaan van de opvatting dat een andersluidende herinterpretatie van de gedingstukken geen reden zou mogen zijn om terug te komen op een bindende eindbeslissing.