ECLI:NL:PHR:2015:288
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens onvoldoende strafmotivering bij afpersing en afdreiging
Verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf voor meervoudige afpersing en afdreiging, waarbij hij een slachtoffer onder dwang geld liet overmaken. De veroordeling omvatte ook een schadevergoedingsmaatregel ten gunste van de benadeelde partij. Verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de strafmotivering onvoldoende had onderbouwd, met name omdat het hof bij de strafoplegging rekening hield met eerdere schriftelijke waarschuwingen en een niet-onherroepelijke veroordeling, zonder duidelijk te maken hoe deze feiten relevant waren voor de strafmaat. De Hoge Raad stelde dat deze eerdere feiten niet als recidive konden worden aangemerkt en dat de motivering tekort schoot.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad de overige middelen van cassatie, waaronder klachten over bewijsvoering en het niet horen van getuigen, omdat het hof voldoende gemotiveerd had geoordeeld dat het opnieuw horen van getuigen niet noodzakelijk was en de bewijsmiddelen voldoende waren. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling van de strafoplegging, terwijl het overige van het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het een onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegt en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde strafoplegging.