Conclusie
1.Feiten
3.Inleiding: wat was er in appel nog over van het geschil?
Onderdeel IIventileert op dat punt een klacht, maar deze is evident ongegrond. ’s Hofs oordeel berust op een uitvoerige analyse van de verklaringen van de gehoorde getuigen. Dat oordeel is van feitelijke aard en allerminst onbegrijpelijk.
4.Een actueel thema en tegelijkertijd een mijnenveld
5.Juridisch kader (aan der klachten baard)
6.Geen taak voor de rechter
7.Bespreking van de klachten
kunnenverdedigen, om eenzelfde soort problematiek. Weliswaar staat vast in casu dat er een verband bestaat tussen het prikken met de naald en de werkzaamheden, maar of dat met het oog op het formuleren van de zorgplicht van de werkgever een rechtens relevant verband is, hangt mede af van de situatie ter plaatse. Als er geen of heel weinig gevaar dreigde, is de aansprakelijkheidsvraag daarmee terstond beantwoord.
risicodat een beveiliger die in de vroege ochtend de kantoorgebouwen van Menzis en LBM dient te openen in het voorbijgaan gestoken wordt met een naald door een mogelijke drugsverslaafde, acht de kantonrechter
zo geringdat van RJ in het kader van haar zorgplicht niet verwacht mag worden dat zij haar werknemers tegen dit specifieke gevaar beschermt. Dit betekent dat RJ geen veiligheidswerkkleding ter beschikking behoefde te stellen die beschermt tegen perforatie van naalden en andere scherpe voorwerpen en, doordat niet te doen, de arbeidsomstandighedenwet niet heeft geschonden. Ook de stelling van [eiseres] dat RJ middelen ter afwering van het gevaar ter beschikking had dienen te stellen (pepperspray en/of een wapen), wordt niet gevolgd, reeds omdat dit in casu geen enkel effect zou hebben gehad, omdat [eiseres] eerst na het passeren van de onbekende heeft bemerkt dat zich mogelijk een gevaarlijke situatie heeft voorgedaan” (cursivering toegevoegd).