Conclusie
Het middel
in de eerste plaatsaf dat [medeverdachte 6] , [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (anders dan de verdachte [medeverdachte 5] ) naar het oordeel van de Hoge Raad niet door het optreden van de informant van de CIE zijn gebracht tot het begaan van de strafbare feiten waarvoor zij worden vervolgd.
Tussenconclusie
“Daarbij verdient opmerking dat hetgeen het Hof voorts nog heeft overwogen en in het bijzonder zijn keuze van "de zwaarst mogelijke sanctie, namelijk de niet-ontvankelijkheid van het OM" teneinde "zowel de CIE als het OM te doordringen van de ernst van de situatie", onvoldoende grond oplevert voor de niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging van de verdachte.”) af, dat het niet-ontvankelijk verklaren van het Openbaar Ministerie in verband met het onrechtmatig overheidsoptreden en de schending van het publieke belang door de Hoge Raad een te zware sanctie wordt geoordeeld.