ECLI:NL:PHR:2016:1454
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking cassatiemogelijkheid benadeelde partij in strafproces bevestigd
In deze zaak heeft de benadeelde partij beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof waarin haar vordering gedeeltelijk was toegewezen. Noch de verdachte, noch het openbaar ministerie had cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad overweegt dat de wet geen regeling bevat die de benadeelde partij toestaat zelfstandig cassatieberoep in te stellen in een dergelijk geval.
De conclusie benadrukt dat het recht op cassatieberoep voor benadeelde partijen beperkt is en dat dit niet kan worden afgeleid uit het EVRM, Unierecht of de Richtlijn 2012/29/EU. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en het ontbreken van een rechtsvormende taak om deze lacune te vullen.
De conclusie wijst erop dat het aan de wetgever is om de procesmogelijkheden van benadeelde partijen uit te breiden, zoals aangekondigd in de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. Tot die tijd blijft de benadeelde partij aangewezen op civiele procedures voor schadevergoeding.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de benadeelde partij niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee de huidige rechtspositie van benadeelde partijen in het strafproces.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke regeling voor zelfstandig cassatieberoep.