Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring onder 1 ten aanzien van het ‘opzettelijk aanwezig hebben’ van ongeveer 58 kilogram hennep ontoereikend is gemotiveerd. [1] Daartoe wordt betoogd dat de bewezenverklaring niet kan steunen op de gebezigde bewijsmiddelen, althans dat het hof is afgeweken van een door de verdediging ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt zonder daartoe in het bijzonder de redenen op te geven, dan wel dat het oordeel van het hof getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.
tweede middelbevat de klacht dat het hof heeft verzuimd te beslissen op een ten aanzien van feit 3 gedaan verzoek tot toevoeging aan het dossier van stukken, althans dat het hof dit verzoek heeft afgewezen op gronden die deze beslissing niet kunnen dragen. [11]
“Dat er nog facturen zijn die niet of niet door verdachte of zijn vrouw betaald zijn of die niet van hen zijn, is niet aannemelijk gemaakt.”