Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
€ 2.270,14(loon uitbetalingen januari 2008).
4.Slotsom
5.Beslissing
5 april 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het verbergen en verhullen van de criminele herkomst van geldbedragen en het bezit van geld en goederen waarvan werd vermoed dat deze uit misdrijven afkomstig waren. Het hof baseerde zijn oordeel onder meer op de vondst van een grote hoeveelheid geld verpakt in een sealbag op een ongebruikelijke plaats in de woning van de verdachte, en op contante stortingen en facturen die niet konden worden verklaard door reguliere inkomsten.
De verdediging stelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het verbergen en verhullen van de herkomst van het geld bewezen was, en verzocht om toevoeging van notities, bonnen en facturen aan het dossier om de oncontroleerbaarheid van bepaalde bedragen te onderzoeken. Het hof wees dit verzoek af met de stelling dat een in Excel opgestelde lijst met facturen deel uitmaakte van het dossier en dat het zich voldoende geïnformeerd achtte.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring omtrent het verbergen en verhullen van de herkomst van het geld niet voldoet aan de eis van de wet en motivering, mede gelet op de wetgeschiedenis van art. 420bis Sr. Tevens was de afwijzing van het verzoek tot toevoeging van stukken aan het dossier niet begrijpelijk omdat het hof niet had gespecificeerd op welke lijst het zich baseerde.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het betreft de bewezenverklaringen onder 2 en 3 en de strafoplegging, wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de bewezenverklaringen en strafoplegging, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.