Conclusie
lees omstreeks
5.De bestreden uitspraak
6.Het kader in wet- en regelgeving, beleid en jurisprudentie
a. niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, dan wel in het bezit is van een document voor grensoverschrijding waarin het benodigde visum ontbreekt (...).”
[de luchtvaartmaatschappijen AG]bereid zijn tot nauwere samenwerking met de Nederlandse Staat, een MOU niet de aangewezen weg is om dit te bewerkstelligen”. [57]
eerste middelkomt op tegen de verwerping van het verweer dat de verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken, omdat de overtreding niet op Schiphol, althans in Nederland is begaan. Het ten laste gelegde behelst immers een zorgplicht om te voorkomen dat de vreemdeling niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor binnenkomst. Indien aangenomen moet worden dat iedere schending van de zorgplicht pas voltooid is bij illegale binnenkomst in Nederland, zoals het hof oordeelt, dan had art. 4, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna ook: Vw) niet in bijzondere extraterritoriale rechtsmacht behoeven te voorzien, aldus de toelichting op het middel.
tweede middelkomt op tegen de verwerping van het verweer dat sprake is van afwezigheid van alle schuld.
compliance
(…, NJ 1994, 178 incluis)
(voetnoot: TK 1999-2000, 26 732, nr. 7).