ECLI:NL:GHAMS:2008:BD2522
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens schending beginselen behoorlijke procesorde in vervolging luchtvaartmaatschappij
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte, een luchtvaartmaatschappij, wegens schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde. Dit volgt uit het feit dat het openbaar ministerie na 1 januari 2006 andere luchtvaartmaatschappijen dan KLM, waaronder verdachte, zonder waarschuwing en ongeacht genomen maatregelen, direct is gaan dagvaarden na elke overtreding.
Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie initiatieven van luchtvaartmaatschappijen om afspraken te maken ter voorkoming van strafvervolging onbeantwoord heeft gelaten. Dit beleid stond in contrast met het Memorandum of Understanding (MoU) dat de Staat der Nederlanden met KLM sloot, waarin afspraken zijn gemaakt om strafrechtelijke handhaving te voorkomen zolang quota niet worden overschreden.
Hoewel het hof erkent dat de Staat niet actief uitvoering gaf aan de intentie om vergelijkbare afspraken met andere maatschappijen te maken, kan dit het openbaar ministerie niet worden tegengeworpen. Wel is het handelen van het OM na 1 januari 2006 onzorgvuldig en ongelijk, waardoor niet-ontvankelijkheid de enige passende reactie is. Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en sprak het openbaar ministerie niet-ontvankelijk uit.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde.