Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van de ontvankelijkheid van het beroep
klachthoudt in dat het oordeel dat ‘alle termijnen correct in acht zijn genomen’ rechtens onjuist is, althans onbegrijpelijk is dan wel onvoldoende gemotiveerd. Volgens de klacht heeft de officier van justitie het inleidend verzoekschrift te laat ingediend. Uit het verzoekschrift van de officier van justitie blijkt immers dat hij de stukken van de burgemeester op 19 november 2015 heeft ontvangen. Hij had volgens art. 27 Wet Pro Bopz uiterlijk de volgende dag, vrijdag 20 november 2015, het verzoek bij de rechtbank moeten indienen. Volgens de beschikking van de rechtbank en de stempelafdruk van de griffie is het verzoek pas op maandag 23 november 2015 bij de rechtbank binnengekomen. Indien zou worden uitgegaan van 20 november 2015 als de datum waarop het inleidend verzoekschrift is ingediend, zou de rechtbank één dag te laat zijn met haar beslissing op het verzoek. In beide gevallen is een klemmende termijn overtreden, aldus het middelonderdeel.