Conclusie
2.Bespreking van de prejudiciële vragen
van de procesinleiding(curs. W-vG) spreekt, bepaalt dat indien in een zaak waarbij een vordering is ingesteld, de eiser de procesinleiding intrekt voordat de verweerder in de procedure is verschenen of uiterlijk in de procedure had kunnen verschijnen, van de eiser een derde deel van het ingevolge artikel 3 verschuldigde Pro griffierecht wordt geheven met een maximum van € 75 voor onvermogenden, € 250 voor natuurlijke personen en € 500 voor rechtspersonen.
van de vordering(curs. W-vG) en betaling van griffierecht – voor zover thans van belang – als volgt nader uiteengezet [57] :