Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
nr. BLKB2013/995M, onderdeel 17, achtste lid, onder c). Toepassing van de verruimde achterwaartse verliesverrekening is dus slechts mogelijk indien de aanslag op
27 augustus 2013 (datum indiening verzoek) niet onherroepelijk vaststond. Dit is het geval indien het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.’
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
Relevante wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, parlementaire behandeling, jurisprudentie en literatuur
5.Beoordeling van de cassatiemiddelen
28 april 2006, waarin is overwogen als ‘uitgangspunt dat op een gemaakte keuze niet meer kan worden teruggekomen als de aanslag onherroepelijk vaststaat’. [25]
welbinnen zes weken na het vaststellen van de aanslag wordt ontvangen (zoals in casu het geval is), het onrechtvaardig is om als fatale termijn aan te sluiten bij het onherroepelijk worden van de aanslag, nu belastingplichtigen dan een kortere termijn dan zes weken kunnen hebben om bezwaar te maken.
27 juli 2013 is afgegeven en dat daaruit kon worden afgeleid dat de
verruimdeverliesverrekening ten aanzien van de in 2010 geleden verliezen
nietis toegepast. Daarbij merk ik op dat de op 27 juli 2013 afgegeven verliesverrekeningsbeschikking is afgegeven naar aanleiding van de verliesbeschikking van het boekjaar 2011 en dat daardoor de aanslag Vpb 2008 is verminderd.
ter beschikking staat, althans heeft gestaan. Dit gelet op de overweging in deze arresten dat ‘een inspecteur in beginsel alle stukken die hem ter beschikking staan en een rol hebben gespeeld bij zijn besluitvorming aan de belanghebbende en aan de rechter [dient] over te leggen’. [35] Blijkens het arrest van 23 mei 2014 geldt dit ook voor stukken die aan de inspecteur ter beschikking
hebbengestaan. Ondanks dat deze toevoeging alleen is opgenomen bij arresten waarin door de rechter is getoetst of stukken een rol hebben gespeeld bij de besluitvorming, meen ik dat de eis dat het stuk ter beschikking staat of heeft gestaan ook moet worden toegepast in situaties waarin een belanghebbende gemotiveerd heeft gesteld dat een bepaald stuk van enig belang voor de besluitvorming kan zijn (geweest). [36]