Conclusie
1.Feiten
“Verplaatsing [eiseres] : nu of nooit?”staan onder andere de volgende passages:
“Alternatieve locaties [eiseres] ”van de afdeling Beleidsontwikkeling van 9 december 1999 staat:
) is al aangegeven dat naast dit geschil, cliënte mogelijk nog aanvullende schade heeft geleden als gevolg van alle vertraging welke is opgetreden door de handelwijze van de Gemeente. Toentertijd was nog niet duidelijk of daadwerkelijk sprake was van schade en zo ja, de omvang daarvan.
2.Procesverloop
grosso modokan onderschrijven. De grieven II tot en met V die het oordeel van de rechtbank op detailniveau aanvechten, behoeven gelet op het voorgaande evenwel geen bespreking meer. Immers ook al zou een of meer van deze grieven al terecht zijn voorgedragen, dan leidt dit niet tot een andere beslissing.”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Van der Weide/Menebaoverwogen:
nade vermeende stuitingshandeling hebben voorgedaan, kunnen relevant zijn voor de uitleg van de betreffende handeling. [14] Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan kort na de stuitingsbrief gevoerde correspondentie. Het komt erop aan of gelet op alle omstandigheden van het geval de schuldenaar de (stuitings)handeling redelijkerwijs de betekenis heeft moeten toekennen dat de schuldeiser ondubbelzinnig zijn recht op nakoming heeft voorbehouden. [15] In dit verband kan bijvoorbeeld ook de reactie van de
schuldenaarop de stuitingsbrief van belang zijn. Wanneer uit die reactie volgt dat de schuldenaar in de gegeven context begreep dat zijn schuldeiser met de betreffende schriftelijke mededeling zijn aanspraken wilde handhaven, dan lijkt weinig in de weg te staan aan het aannemen van de stuitende werking van die schriftelijke mededeling. Een andere vraag is of latere eigen gedragingen van de
schuldeiserrelevant kunnen zijn voor de inkleuring van de stuitingshandeling. Voor de hand ligt dat niet, omdat de schuldeiser er dan immers zelf voor zou kunnen zorgen dat een brief die in principe geen stuitende werking toekomt alsnog een stuitingsbrief wordt. [16] Wel kan de samenhang van de betrokken vordering met een of meer andere vorderingen de uitleg van de (stuitings)handeling inkleuren. Zo is niet uitgesloten dat een stuitingsbrief waarin slechts één bepaalde vordering uitdrukkelijk wordt genoemd ook de verjaring van een andere vordering stuit. Dit zal in het bijzonder het geval kunnen zijn als deze andere vordering (ook voor de schuldenaar) voldoende verband houdt met de wel uitdrukkelijk genoemde vordering. [17]
tweede onderdeelvan het cassatiemiddel. Dit onderdeel is gericht tegen het oordeel van het hof in rov. 4.14 dat [eiseres] haar stelling, dat een beroep van de Gemeente op verjaring in strijd is met de redelijkheid en de billijkheid, niet voldoende heeft onderbouwd. [eiseres] acht dat oordeel onbegrijpelijk tegen de achtergrond van haar stellingen dat:
Onderdeel 2treft dus geen doel.
onderdeel 3doel treft.
grosso modokan onderschrijven, maar het hof is niet toegekomen aan een bespreking van de tegen het oordeel van de rechtbank gerichte grieven II tot en met V.