Conclusie
2.Bespreking van het principaal cassatieberoep
Het tweede lid van art. 186 Rv Pro bepaalt dat ook tijdens een reeds aanhangig geding de rechter op verzoek van een partij een voorlopig getuigenverhoor kan bevelen.
hoofdregel(curs. A-G) - dus in beginsel - volgt dat de rechter een getuigenverhoor beveelt zo vaak een van de partijen het verzoekt en de door haar te bewijzen aangeboden feiten betwist zijn en tot de beslissing van de zaak kunnen leiden. Het hof is met zijn oordeel in rechtsoverweging 2.5 dan ook niet uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting.
onderdeel 3dat het hof in rov. 2.2 een onbegrijpelijke weergave heeft gegeven van wat Bencis aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd.
Onderdeel 3dat (onder meer) klaagt dat het hof in rov. 2.2 een onbegrijpelijke weergave heeft gegeven van wat Bencis aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd, slaagt m.i. dan ook.
counter guaranteehad gesteld ten behoeve van de banken voor de betreffende garanties? Zo ja, wanneer ontstond die bekendheid?;
bona fide estimatevan de
actual or anticipated losste komen en vervolgens te trekken onder Garantie I?;
estimatete maken
van de anticipated loss?;
holdgezet, omdat [verweerster] zich in elk geval op 23 april 2012 bewust was van het tegenvoorstel van Iemants en SPB en dus van een reële voortzettingsmogelijkheid en de uitbetaling pas op 25/6 april heeft ontvangen?;
additional consideration(ofwel de terugbetaling van het ontvangen garantiebedrag door [verweerster]?;
additional consideration-clausule tot stand gekomen?;
3.Bespreking van het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep
en de mogelijke andere betrokkenen(curs. A-G) op grond van de omschreven onrechtmatige daad (samenspanning). Wie de mogelijk andere betrokkenen zijn, moet volgens Bencis dus uit het voorlopig getuigenverhoor blijken. In een dergelijk geval is niet vereist dat de mogelijk andere betrokken partijen in het verzoekschrift tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor worden genoemd. Hierop stuit de rechtsklacht af.