Conclusie
ter zake van voornoemde feiten”. Op de feiten waarvoor de uitlevering toelaatbaar is verklaard kom ik terug bij de bespreking van het tweede middel.
tweede middelklaagt terecht dat het Hof met de toelaatbaarverklaring ter fine van strafvervolging “
ter zake van voornoemde feiten” niet heeft voldaan aan de eis dat het advies de feiten bevat waarvoor de uitlevering toelaatbaar is verklaard. [5] Tot cassatie behoeft dit niet te leiden op de grond dat het advies op dit onderdeel verbeterd kan worden gelezen.
Affidavit in Support of Request for Extradition” gedateerd 2 mei 2016. Het zijn de feiten die in de “
Diplomatic Note” van 12 mei 2016 worden aangemerkt als de “
factual statement of the case”. Naar beide documenten verwijst het Hof in zijn advies bij de opsomming van de overgelegde stukken.
Diplomatic Note” van 12 mei 2016 worden de feiten waarvoor de uitlevering wordt verzocht, gekwalificeerd als “
Count one – conspiracy to distribute and possess with intent to distribute cocaine” en “
Count two – conspiracy to import cocaine into the United States, in violation of Title 21, United States Code, Section 963”.
Affidavit in Support of Request for Extradition” bevat de volgende uiteenzetting van de feiten:
eerste middelbehelst de klacht dat het Hof ten onrechte heeft overwogen
“dat het verweer dat geen effectief rechtsmiddel open staat tegen een dreigende flagrante schending van artikel 6 EVRM Pro faalt, omdat de Verenigde Staten partij zijn bij het IVBPR, zodat een effectief rechtsmiddel is gegarandeerd”.
niet is gebleken” en het Hof daarom niet toekomt aan de beoordeling van de vraag of is komen vast te staan dat de opgeëiste persoon ter zake van die inbreuk geen effectief rechtsmiddel ten dienste staat.
Nu vaststaat dat er sprake is geweest van uitlokking kan volgens het EHRM (Edwards and Lewis) verder geen vervolging meer mogelijk zijn.”
dat in casu niet kan worden getoetst of voldaan is aan het Talloncriterium.” [6] Ook indien met het Hof in die andere zaken zou worden aangenomen dat niet kan worden getoetst of is voldaan aan het Talloncriterium, dan volgt daaruit nog niet dat het optreden kan worden gekwalificeerd als uitlokking. Bovendien heeft de Hoge Raad de uitspraken van het Hof waarop een beroep wordt gedaan, vernietigd. [7]
flagrant denial of justice”. [8]