Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
middel 5. Deze klacht is gericht tegen rov. 6, waarin het hof heeft vastgesteld dat er bij de belastingplichtige geen twijfel over kon bestaan dat hij op grond van de veroordeling gehouden was gevolg te geven aan de oproep voor een onderhoud met de inspecteur om een nadere toelichting te geven en/of antwoord te geven op vragen van de Belastingdienst. Evenals de voorzieningenrechter baseert het hof zijn oordeel dat de belastingplichtige dwangsommen heeft verbeurd op het feit dat hij geen gehoor heeft gegeven aan deze oproepingen.
vanwege het feit dat hij geen gevolg heeft gegeven aan de oproepingen. Volgens de toelichting was in de brief van 26 april 2012, waarnaar in de latere brieven van 11 oktober 2012 en 19 december 2013 werd verwezen, sprake van een verplichting om de beide formulieren in te vullen en aan de Belastingdienst te retourneren. Voor het overige was in die brief slechts sprake van een ‘voornemen’ van de Belastingdienst om hem op te roepen tot het geven van een mondelinge toelichting. Aan dat voornemen is geen gevolg gegeven: een daadwerkelijke oproeping van de belastingplichtige voor een onderhoud met de inspecteur is achterwege gebleven. Volgens de klacht kan de dwangsomvordering van de Staat dan ook niet gebaseerd zijn op het niet voldoen aan een oproeping voor een mondeling onderhoud met de inspecteur [6] .
Middel 3, gericht tegen rov. 11, sluit hierbij aan. Volgens de klacht dient een oproeping voor een onderhoud met de inspecteur op grond van art. 41 AWR Pro bekend te worden gemaakt door toezending aan de belastingplichtige zelf; dit geldt temeer indien daarbij van de belastingplichtige wordt gevorderd dat hij zijn gemachtigde vergezelt. Volgens de klacht is dat in dit geval niet gebeurd: in alle brieven die een oproep voor een onderhoud met de inspecteur bevatten is niet de belastingplichtige, maar zijn gemachtigde opgeroepen. Niet van de belastingplichtige zelf, maar van de gemachtigde is gevorderd dat de belastingplichtige hem vergezelt. [12] Deze klachten lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.