Conclusie
4.Bewezenverklaring, bewijsvoering en verwerping van gevoerde verweren
5.Het middel
counterbalancing factors. De beantwoording van die vraag liep uit op een beoordeling van “the overall fairness of the proceedings”. Het EHRM woog mee dat de nationale rechter de beschikking had gehad over “some additional incriminating hearsay and circumstantial evidence” en dat die rechter de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen op een zorgvuldige wijze had beoordeeld. Daar stond echter tegenover dat de verdediging in het vooronderzoek niet de gelegenheid had gehad om de getuigen vragen te stellen, hoewel de getuigen door een onderzoeksrechter waren ondervraagd en te voorzien viel dat zij niet ter terechtzitting zouden verschijnen. Die tekortkoming woog uiteindelijk het zwaarst.