Conclusie
eerste middelklaagt dat de bewezenverklaring, voor zover behelzende dat de verdachte opzet heeft gehad op de medeplichtigheid aan moord niet zonder meer uit de bewijsvoering van het hof kan worden afgeleid, zodat de uitspraak in zoverre niet naar de eis der wet redenen is omkleed. Daarnaast zou het oordeel van het hof over het opzet van de verdachte op het gronddelict blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting, dan wel onbegrijpelijk zijn.
De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter zitting van het hof d.d. 17 augustus
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen betreffende verhoor in de kamer van spoedeisende hulp van Flevoziekenhuis te Almere en verhoor tijdens overbrenging van Huis van bewaring van verdachte [verdachte] , met daarachter gevoegd het schriftelijk uitgewerkt studioverhoor TGO 24 (track 1 t/m 5) afgenomen in de het ziekenhuis op 14 februari om 13.30 uur, d.d. 18 februari 2009 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , opgenomen in de pagina’s 490 tot en met 525 in dossier 9 van een dossier van de regiopolitie Flevoland met het kenmerk 2008075809 en sluitingsdatum 18 juni 2009, voor zover inhoudende:
als verklaring van de verdachte (op de pagina's 521 en 522):
Een schriftelijk stuk, houdende de letterlijke uitwerking van een verhoor van de verdachte [verdachte] , afgenomen op 9 maart 2009 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , opgenomen in de pagina’s 120 tot en met 148 in dossier 17 van een dossier van de regiopolitie Flevoland met het kenmerk 2008075809 en sluitingsdatum 18 juni 2009, voor zover inhoudende:
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van de verdachte [verdachte] , afgenomen op 19 februari 2009 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, [verbalisant 4] en [verbalisant 6] , opgenomen in de pagina's 84 t/m 88 in het hiervoor onder 3 genoemde dossier 17, voor zover inhoudende:
de verklaring van verdachte (pagina 85) dat:
(pagina 87)
Een schriftelijk stuk, houdende de letterlijke uitwerking van een verhoor van de verdachte [verdachte] , afgenomen op 9 maart 2009 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , opgenomen in de pagina’s 167 tot en met 232 in het hiervoor onder 3 genoemde dossier 17, voor zover inhoudende:
als relaas van de verbalisanten (op pagina 229):
als verklaring van de verdachte (op pagina 229):
als relaas van de verbalisanten (op pagina 229):
als verklaring van de verdachte (op pagina 229):
Een schriftelijk stuk, houdende de letterlijke uitwerking van een verhoor van de
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , afgenomen op 26 maart 2009 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, [verbalisant 6] en [verbalisant 1] , opgenomen in de pagina’s 333 tot en met 338 in het hiervoor onder 3 genoemde dossier 17, voor zover inhoudende:
als verklaring van de verdachte (op de pagina 335)
Een schriftelijk stuk, houdende de letterlijke uitwerking van een verhoor van de verdachte [verdachte] , afgenomen op 14 februari 2009 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , opgenomen in de pagina’s 416 tot en met 447 in het hiervoor onder 3 genoemde dossier 17, voor zover inhoudende:
als verklaring van de verdachte (op pagina 416):
als relaas van de verbalisanten (op pagina 418):
als verklaring van de verdachte (op pagina 418):
als relaas van de verbalisanten (op pagina 418):
als verklaring van de verdachte (op pagina 418):
als relaas van de verbalisanten (op pagina 419):
als verklaring van de verdachte (op pagina 418):
als relaas van de verbalisanten (op pagina 426):
als verklaring van de verdachte (op pagina 426):
als relaas van de verbalisanten (op pagina 443):
als verklaring van de verdachte (op pagina 443):
als verklaring van de verdachte (op pagina 424):
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] met het nummer 2009030916761, d.d. 10 maart 2009 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , opgenomen in de pagina’s 591 tot en met 608 in het hiervoor onder 2 genoemde dossier 9, map II, voor zover inhoudende:
als relaas van de verbalisanten (op de pagina’s 592, 596 en 598):
als verklaring van de verdachte (op pagina 599):
als relaas van de verbalisanten:
als verklaring van de verdachte (op pagina 599):
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] met het nummer 2009021213186, d.d. 12 februari 2009 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, [verbalisant 7] en [verbalisant 6] , opgenomen in de pagina’s 073 tot en met 078 in het hiervoor onder 3 genoemde dossier 17, voor zover inhoudende:
als verklaring van de verdachte (op pagina 076):
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] met het nummer 2009021404134, d.d. 12 februari 2009 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, [verbalisant 7] en [verbalisant 8] , opgenomen in de pagina’s 080 tot en met 083 in het hiervoor onder 3 genoemde dossier 17, voor zover inhoudende:
als relaas van de verbalisanten (op pagina 082):
als verklaring van de verdachte (op pagina 082):
als relaas van de verbalisanten (op pagina 082):
als verklaring van de verdachte (op pagina 082):
als relaas van de verbalisanten (op pagina 082):
als verklaring van de verdachte (op pagina 082):
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van de verdachte [verdachte] met het nummer 2009060910004565, d.d. 9 juni 2009 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 6] en [verbalisant 9] , opgenomen in de pagina's 384 tot en met 393 in het hiervoor onder 3 genoemde dossier 17, voor zover inhoudende:
als verklaring van de verdachte (pagina 386 en 387)
Een deskundigenrapport d.d. 19 november 2008 opgesteld door Dr. B. Kubat arts en patholoog, werkzaam bij het Nederlands Forensisch Instituut (Dossier 2, Forensisch Onderzoek, map 2, pag. 65 e.v.) inhoudende als conclusie van de deskundige:
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte met het nummer 20090326.1300.3015.A, d.d. 26 maart 2009 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, [verbalisant 10] en [verbalisant 4] , opgenomen in de pagina’s 029 tot en met 038 in dossier 20 van het dossier van de regiopolitie Flevoland met het kenmerk 2008075809 en sluitingsdatum 18 juni 2009, voor zover inhoudende:
als verklaring van de verdachte [betrokkene 3] (op de pagina’s 035 en 036):
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte met het nummer 2009040604321, d.d. 6 april 2009 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, [verbalisant 10] en [verbalisant 4] , opgenomen in de pagina’s 080 tot en met 085 in het hiervoor onder 14. genoemde dossier 20, voor zover inhoudende:
als verklaring van de verdachte [betrokkene 3] (op de pagina’s 082 en 083):
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 6] met het nummer 20090507.1205.4321, d.d. 7 mei 2009 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, [verbalisant 11] en [verbalisant 10] , opgenomen in de pagina’s 916 tot en met 926 in dossier 9, map III van het dossier van de regiopolitie Flevoland met het kenmerk 2008075809 en sluitingsdatum 18 juni 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als verklaring van de verdachte [betrokkene 6] (op de pagina’s 920 en 921)
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte met het nummer 2009032411153982, d.d. 24 maart 2009 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 12] en [verbalisant 13], opgenomen in de pagina’s 1273 tot en met 1282 in dossier 9, map IV van een dossier van de regiopolitie Flevoland met het kenmerk 2008075809 en sluitingsdatum 18 juni 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisanten (oppagina 1274):
Opzet op het gronddelict
NJ2014/156 m.nt. Keulen heeft de Hoge Raad, voor zover hier van belang, overwogen:
NJ2007/553 in aanmerking worden genomen dat uit de artikelen 47, 48 en 49 Sr, gelezen in onderling verband en samenhang, volgt “dat enerzijds ten aanzien van de medeplichtige bij de bewezenverklaring en kwalificatie moet worden uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook indien het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan, en dat anderzijds het maximum van de aan de medeplichtige op te leggen straf een derde minder bedraagt dan het maximum van de straf, gesteld op het misdrijf dat de medeplichtige voor ogen stond” (HR 27 oktober 1987, ECLI:NL:HR:1987:AD0021,
NJ1988/492).
NJ2014/156 m.nt. Keulen geen sprake. Van andere contra-indicaties is mij ook niet gebleken. Integendeel zelfs, ook gelet op het koelbloedig handelen van de verdachte na de levensberoving, bestaande uit het opruimen van bloedsporen en het verbergen, wegvoeren en wegmaken van het lijk.
tweede middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.