Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel mede heeft ontleend aan schriftelijke bescheiden houdende een anonieme verklaring, terwijl het hof in zijn uitspraak geen blijk heeft gegeven te hebben onderzocht of de anonieme verklaringen betrouwbaar zijn, alsmede of aan de verdedigingsrechten van de betrokkene in voldoende mate is tegemoetgekomen.
Veroordeelde heeft daarentegen verklaard dat hij in september / oktober 2010 is gestart met de teelt van hennep en dat hij ongeveer een halfjaar daarvoor (het hof begrijpt: omstreeks maart 2010) is begonnen met de opbouw van de kwekerij.
Uitgaande van de periode van 1 augustus 2009 tot en met 10 november 2010 - de dag waarop de woning van veroordeelde, waarin zich de hennepkwekerij bevond, in brand is gevlogen - en een kweekcyclus van 10 weken per oogst, zal het hof bij de berekening van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel uitgaan van 6 eerdere, gelukte oogsten. (…)”
Ik stelde op 10 november 2010 in de woning [a-straat 1] te Landgraaf een onderzoek in. Ik zag dat op de eerste verdieping een ruimte was welke door middel van een scheidingswand verdeeld was in een kleine en een grote ruimte. Ik zag in de kleine ruimte dat:
- tegen de wand diverse stopcontacten waren bevestigd en dat hierin stekkers staken,
- er 15 voorschakelapparaten tegen de wand waren bevestigd,
- er iets van een soort schakelklok naast was bevestigd,
- er elektriciteitskabels deels waren bevestigd aan het plafond en dat deze kabels naar de grote ruimte liepen,
- er een plastic bewateringston stond,
- in deze ton een dompelpomp op de bodem lag.
Ik zag in de grote ruimte dat:
- deze volstond met de mij ambtshalve bekende 300 hennepplanten welke in 300 potten stonden,
- boven deze planten 15 zogenaamde groeilampen hingen voorzien van 15 reflectors,
- er 2 koolstoffilters en een afzuiging boven aan het plafond gemonteerd waren,
- er een kleine ventilator stond,
- er grote luchtslangen van genoemde filters aan het plafond hingen.
Ik trof op de zolder aan:
- dat in deze ruimte de mij ambtshalve bekende 190 hennepplanten in 190 potten stonden,
- dat boven deze planten 8 zogenaamde groeilampen met 8 reflectors hingen,
- dat er 8 voorschakelapparaten waren bevestigd,
- een verdeel stroomkast,
- een timerschakelklok,
- een temperatuurschakelklok,
- een weegschaal,
- een thermo-hygrometer,
- een dompelpomp,
- 10 droognetten,
- een afzuiging boven de planten,
- een koolstoffilter boven de planten,
- 2 ventilatoren,
- een kachel,
- een ton.
Ik nam zowel van de hennepplanten op de eerste verdieping als de hennepplanten van de zolder enkele henneptoppen in beslag. Genoemde henneptoppen werden voor een onderzoek verdovende middelen aangeboden en gebruikt.
Op 10 november 2010 ontving ik uit handen van [verbalisant 1] een kleine hoeveelheid qua kleur en samenstelling op hennep gelijkende stof. Bij een door mij gehouden MMC kleur-reactietest bleek dat deze stof positief reageerde op de aanwezigheid van hennep.
Namens Enexis B.V, gevestigd te Rosmalen, ben ik, [betrokkene 1] , in dienstbetrekking als medewerker fraudebestrijding, uit hoofde van mijn functie bevoegd om aangifte te doen. Enexis B.V heeft met een persoon genaamd [verdachte] een overeenkomst betreffende aansluiting en transport van elektriciteit naar perceel [a-straat 1] te Landgraaf. Op verzoek van politieambtenaar R. Haanen, korps Limburg-Zuid, is op 10 november 2010 door fraude-inspecteur [betrokkene 2] van Enexis B.V. een onderzoek ingesteld naar de meetinrichting in genoemd perceel.
De medewerker zag dat er een kabel aan de rechterkant van de meterkast naar boven liep. Deze kabel is een kabel die niet in woonhuizen wordt gebruikt. Hij zag ook dat deze aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit.
De fraude-inspecteur zag dat de hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie verzwaard was. Contractueel hoort er 1 x 35A in te zitten. Hij zag dat er nu zekeringen met een waarde 'onbeperkt' geplaatst waren.
De fraude-inspecteur zag dat er sprake was van een handelwijze waarbij niet is voldaan aan de norm NEN 1010. Deze norm beschrijft de minimale voorschriften waaraan een elektrische installatie moet voldoen om de veiligheid te kunnen waarborgen. Het gevolg van de handelwijze is dat er levensgevaar en gevaar voor goederen te duchten is geweest. Door de manipulatie werd afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet correct via de elektriciteitsmeter geregistreerd. De fraudespecialist en de politieambtenaar hebben aan de hand van indicatoren vastgesteld dat er sprake is geweest van ten minste 6 eerdere oogsten.
Naar aanleiding van de inventarisatie en het door Enexis B.V. ingestelde onderzoek is door mij een berekening gemaakt waaruit blijkt dat er minimaal 102.009 kWh illegaal is afgenomen (weggenomen) ten behoeve van de hennepplantage.
Niemand had het recht of de toestemming van Enexis B.V. om het zegel te verbreken of wijziging in de bedrading aan te brengen. Niemand is gerechtigd de elektra, zijnde eigendom van Enexis B.V. op deze wijze weg te nemen en zich toe te eigenen.
Op 10 november 2010 hebben wij een forensisch onderzoek ingesteld naar aanleiding van een brand in het perceel [a-straat 1] te Landgraaf.
Wij zagen op een kamer een hennepplantage en een daarbij behorende elektrische installatie. Deze werd van spanning voorzien met een elektriciteitskabel. Deze kabel kwam uit in de meterkast. De elektriciteitsaders van deze kabel waren middels een klemverbinding aangesloten op de bestaande elektrische installatie. Deze kabel was aangesloten op de inkomende dienstleiding en dus vóór de zekeringen. Wij zagen dat de gasmeter buiten de meterkast lag. In de meterkast zagen wij de restanten van verbrand textiel. De soldeerverbindingen aan de gebruikerszijde van de gasmeter waren door hitte-inwerking gesmolten waardoor de gebruikersleiding van de meter ontkoppeld werd. De kunststof dienstleiding vanaf het gasnet was gesmolten, waardoor het gas vrij kon uitstromen en tot ontbranding kon komen.
Vermoedelijk veroorzaakte de elektriciteitsinstallatie van de hennepplantages een overbelasting van de installatie in de meterkast. Hierdoor ontwikkelde zich warmte waarna goederen in de meterkast tot ontbranding kwamen. Door hitte-inwerking smolten de soldeerverbindingen van de gasmeter en de kunststofdienstleiding. Het uitstromende gas kwam tot ontbranding.
De hennepkwekerij in mijn woning was inderdaad van mij. Ik heb die zelf opgebouwd. De apparatuur daarvoor had ik gekocht. De dure spullen had ik gekocht via internet. De kleinere dingen die niet via internet te koop waren heb ik gekocht in een growshop. U, voorzitter, vraagt mij hoeveel planten er in de kwekerij stonden. Ik heb de planten niet geteld. U, voorzitter, vraagt mij of het er 490 waren. Dat aantal kan kloppen. Ik heb de hennepplanten zelf gekweekt. Er waren geen andere personen bij betrokken. De elektriciteitsvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij heb ik ook zelf aangelegd. Ik heb daartoe een elektriciteitskabel aangesloten op de elektriciteitsmeter.
Naar aanleiding van een proces-verbaal heb ik een onderzoek ingesteld naar het wederrechtelijk verkregen voordeel van: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] .
Onderzoeksperiode van 1 augustus 2009 tot en met 10 november 2010.
Blijkens het BOOM-rapport is de gemiddelde kweekcyclus 10 weken per oogst. Dit komt overeen met 5 hennepoogsten per jaar. In dit geval zal uitgegaan worden van 6 eerdere oogsten, omdat er aanwijzingen zijn dat er eerder hennep geteeld werd in het pand [a-straat 1] te Landgraaf. De periode van 1 augustus 2009 tot en met 10 november 2010 bedraagt ongeveer 67 weken. De aangetroffen hennepplanten waren ongeveer 4 weken oud.
De aanwijzingen van eerdere oogsten zijn gebleken uit meldingen via Meld Misdaad Anoniem van 19 februari 2010, 9 maart 2010 en 19 april 2010 en de verklaringen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] .
Datum melding: 19-2-2010.
Melding: Hennepkwekerij aan de [a-straat 1] te Landgraaf. Het betreft een tussenwoning waarvan alle ramen zijn geblindeerd. Er hangt een scherpe wietlucht rondom het huis en het geluid van de afzuiginstallatie is dag en nacht te horen.
Datum melding: 9-3-2010.
Melding: Hennepkwekerij [a-straat 1] te Landgraaf. Er wordt in deze woning al meer dan een jaar gekweekt. De geuroverlast is enorm.
Datum melding: 19-4-2010.
Melding: Aan de [a-straat 1] te Landgraaf is een hennepkwekerij. Er is een zeer sterkte wietlucht te ruiken. Alle ramen van de woning zitten dicht en zijn geblindeerd. Er is in de avond en nacht een brommend geluid te horen, waarschijnlijk is dit de afzuiging van de kwekerij.
Ik woon naast het pand [a-straat 1] te Landgraaf. Onze woningen zijn door middel van mijn garage gekoppeld. Mijn buurman woont sinds 4 jaar naast mij. Ik heb gezien, via het raam dat gelegen is in mijn trappenhuis aan de zijde van nummer 46, dat daar op de zolder een lamp aanging en dan na een tijd weer uitging. Dit was alleen te zien in de avonduren als het donker was. Tevens kon ik de hele dag als ik een raam open had staan of als ik buiten bezig was, een ventilator horen. Dit geluid kwam uit de richting van nummer 46.
Ik hoorde het geluid van de ventilator voor het eerst 2 à 3 jaar geleden. Dit geluid kwam van de zolder van nummer 46.
Ik kan u verklaren dat ik afgelopen zomervakantie, als ik vaker achter in de tuin zat, een sterke wietlucht rook komende vanaf [a-straat 1] te Landgraaf. Verder kan ik verklaren dat ik in die periode ook vaker aan de voorzijde een wietlucht rook.
Afgelopen winter viel mij op dat het dak van [a-straat 1] te Landgraaf veel minder besneeuwd was dan alle overige woningen in de straat.
Mijn achtertuin ligt langs de woning gelegen aan de [a-straat 1] . Eind juni 2010 hoorde ik het geluid van een ventilator. Dit heb ik laatst nog eens gehoord. Dit geluid kwam vanaf [a-straat 1] . In 2009 aan het einde van de zomer rook ik in mijn achtertuin een hennepgeur. Ik meende het deze zomer nog eens geroken te hebben, maar dan waren het vlagen. In 2009 heb ik eens gezien tijdens de schemering dat er licht brandde aan de achterzijde van nummer 46 in de ruimte waar het raam altijd van open stond. Het licht was helder, ietwat blauw. Het was geen licht zoals van een zonnebank. Dit was in de periode van 2009 dat ik ook de hennepgeur rook.”
NJ2012/412, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende overwogen [2] :
Van deze vierde afdeling van Titel VI van het tweede Boek maakt art. 360, eerste lid, Sv deel uit, welke bepaling, voor zover hier van belang, inhoudt dat het vonnis van het gebruik als bewijsmiddel van schriftelijke bescheiden als bedoeld in art. 344a, derde lid, Sv in het bijzonder de reden opgeeft. De niet-naleving van dit voorschrift is in art. 360, vierde lid, Sv met nietigheid bedreigd.
De in de derde afdeling van Titel VI van het tweede Boek opgenomen regeling van art. 344a Sv, die het gebruik van anonieme verklaringen voor het bewijs slechts onder voorwaarden toestaat, is evenwel niet van toepassing op de ontnemingsprocedure. In het geval een anonieme verklaring in een ontnemingsprocedure als bewijsmiddel wordt gebezigd, dient echter wel gewaarborgd te zijn dat aan de verdedigingsrechten van de betrokkene in voldoende mate wordt tegemoetgekomen (vgl. HR 22 januari 2008, LJN BA7648, NJ 2008/406).
De "overeenkomstige toepassing" van art. 360, eerste lid, Sv in de ontnemingsprocedure betekent dat indien de rechter in de ontnemingsprocedure de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel mede ontleent aan een schriftelijk bescheid houdende een anonieme verklaring, hij in zijn uitspraak ervan dient blijk te geven te hebben onderzocht of de anonieme verklaring betrouwbaar is, alsmede of aan de verdedigingsrechten van de betrokkene in voldoende mate is tegemoetgekomen (….).”
tweede middelbehelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden.