Conclusie
“medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd”, 2.
“medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel”, 3.
“witwassen, meermalen gepleegd”en 4.
“medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek als bedoeld in art. 27 en Pro art. 27a Sr. Tevens heeft het hof de verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis.
eerste middelbehelst de klacht dat het hof het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft verworpen. In de toelichting betoogt de steller van het middel dat de verdachte door de (aanzienlijke) overschrijding van de redelijke termijn in de uitoefening van zijn verdedigingsrechten en (derhalve) in zijn recht op een eerlijk proces is geschaad.
as a wholewere not fair’. [2]
tweede middelkomt met verschillende deelklachten op tegen het onder 3 bewezen verklaarde witwassen. Het middel welwillend gelezen, klaagt in de kern over het oordeel van het hof dat het handelen van de verdachte ten aanzien van de geldbedragen kan worden gekwalificeerd als witwassen. Daarbij wordt een beroep gedaan op de jurisprudentie van de Hoge Raad (onder meer HR 20 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1164 en HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3687) waaruit – kort samengevat – kan worden afgeleid dat als het gaat om het ‘verwerven’ of ‘voorhanden’ hebben van voorwerpen die afkomstig zijn uit eigen misdrijf, uit de motivering van het hof moet blijken dat er sprake is van meer dan het enkele verwerven en voorhanden hebben van deze voorwerpen en de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht moeten zijn op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst daarvan.
een personenauto (merk: Mercedes, kenteken [kenteken] ), gekocht rond juli 2006 voor (ongeveer) € 33.000,-- en
een personenauto (merk: Peugeot, kenteken [kenteken] ), gekocht rond januari 2007 voor (ongeveer) € 12.600,-- en
een caravan (merk: Tabbert), gekocht voor (ongeveer) € 12.000,-- en
een keuken, gekocht rond juni 2006 voor (ongeveer) € 15.900,-- en
een geldbedrag, van (ongeveer) € 104.855,-- (op 8 mei 2007) en
12 bedragen van telkens (ongeveer) € 25.000,--
dat de door de raadsman aangehaalde jurisprudentie niet ziet op het omzetten of overdragen van door een misdrijf of misdrijven verworven voorwerpengetuigt van een onjuiste rechtsopvatting en derhalve onbegrijpelijk is.
van gevallen waarin een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die daarmee de door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig zou maken aan het witwassen van die voorwerpen”?
NJ2014/500. Daarin oordeelde de Hoge Raad dat in de regel sprake zal zijn van zo’n bijzondere situatie als hier bedoeld indien het omzetten of overdragen heeft bestaan in het enkele storten op een eigen bankrekening van contante geldbedragen die onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig zijn. [7]