Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof het in hoger beroep door de verdediging gevoerde verweer strekkende tot nietigheid van de dagvaarding ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit onbegrijpelijk, althans ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.
tweede middelbevat de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde onvoldoende met redenen is omkleed, althans dat het hof het daarop betrekking hebbende verweer onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen.
BRON: BVH 2011169843 NOG:
derde middelbevat verschillende klachten over het bewijs van het onder 3 ten laste gelegde (deelneming aan een criminele organisatie).
vierde middelbehelst de klacht dat de strafoplegging onbegrijpelijk is, althans ontoereikend is gemotiveerd, omdat het hof hierbij omstandigheden heeft betrokken die niet uit de bewijsvoering blijken.
vijfde middelbevat de klacht dat de beslissing van het hof tot teruggave van het in beslag genomen gereedschap aan de rechthebbende onbegrijpelijk is, althans onvoldoende met redenen is omkleed, omdat ten aanzien van enkele op de beslaglijst opgenomen voorwerpen niet is komen vast te staan dat deze niet aan de verdachte toebehoren.