“Medeplegen
Het hof stelt voorop dat uit de bewijsmiddelen de navolgende modus operandi naar voren komt.
Aan de benadeelde wordt een e-mail verzonden die afkomstig lijkt te zijn van de ABN AMRO- of de Rabobank . Vervolgens wordt de benadeelde via een hyperlink in deze e-mail naar een 'phishing website' geleid. Daar wordt een pagina getoond die sterke gelijkenis vertoont met een authentieke webpagina van de betreffende bank en wordt benadeelde gevraagd bank-, adres- en persoonsgegevens in te vullen. Nadat de benadeelde deze gegevens heeft verstrekt, wordt door derden met behulp van de gegevens telefonisch een nieuwe bankpas aangevraagd, waarna deze bankpas naar het opgegeven adres van benadeelde wordt verzonden en vervolgens wordt onderschept, waarna met deze pas geldbedragen worden opgenomen en/of pinbetalingen worden verricht. In een aantal gevallen is het bij een poging gebleven.
Beoordeeld zal moeten worden of sprake is van het in vereniging plegen van (poging tot) diefstal (met valse sleutel) en medeplegen van (poging tot) oplichting door [verdachte] . Hiertoe wordt het volgende overwogen.
De hierboven geschetste handelwijze vergt een planmatige aanpak, een intensieve samenwerking en een duidelijke afstemming tussen de betrokken personen, hetgeen bevestiging vindt in de bewijsmiddelen. In dit verband wordt nog het volgende overwogen. Nadat de gegevens van een benadeelde werden verkregen, is met behulp van deze gegevens door - veelal - [medeverdachte 2] een nieuwe bankpas aangevraagd. Nadat de aanvraag had plaatsgevonden, speelde [medeverdachte 2] de persoons-, adres- en bankgegevens door aan [verdachte] en/of [medeverdachte] . Voorzien van die informatie was het aan [verdachte] en [medeverdachte] het betreffende poststuk met daarin de bankpas te bemachtigen. Veelal vanuit Amsterdam verplaatsten [verdachte] en [medeverdachte] zich gezamenlijk, met de auto, te weten de Renault Megane met [kenteken] , in gebruik bij [verdachte] , naar diverse plaatsen in vrijwel het hele land, waaronder Haarlem , Vlissingen en Stedum . Behalve dat [verdachte] de auto ter beschikking stelde, reed hij en gaf ter plaatse [medeverdachte] zo nu en dan aanwijzingen. [medeverdachte] was degene - het enkele geval daargelaten dat [verdachte] zelf in de brievenbus keek - die de postbode benaderde of in de brievenbus van de geadresseerde(n) keek. Blijkens verschillende tapgesprekken hadden [verdachte] en [medeverdachte] ten tijde van de uitvoering van de ten laste gelegde feiten telefonisch contact, waarbij zij instructies en informatie met betrekking tot het bemachtigen van de bankpassen met elkaar deelden. Tijdens deze gesprekken is gebruik gemaakt van kennelijk vooraf afgesproken versluierd taalgebruik, waaronder de woorden " pieter " (het hof begrijpt postbode), "spa" (het hof begrijpt pas) "green"(het Hof begrijpt ABN Amro bank ). Dat de betrokkenheid van [verdachte] verder ging dan enkel het rondrijden van [medeverdachte] blijkt onder meer uit de (in de bewijsmiddelen opgenomen) tapgesprekken van 22 mei 2015 en 4 juni 2015, waaruit volgt dat [verdachte] actief meedacht over en meewerkte aan het achterhalen van de post.
Naar het oordeel van het hof geven de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden blijk van een gelijkwaardige rolverdeling tussen [verdachte] en [medeverdachte] , als ook van een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op het plegen van diefstal in vereniging en het medeplegen van oplichting.
(…)
Nadere bewijsoverweging ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde, zaaksdossier Haarlem [a-straat] (benadeelde [benadeelde 1] / ABN AMRO )
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman vrijspraak bepleit van het onder 2 en 3 ten laste gelegde voor zover dat ziet op het zaaksdossier Haarlem [a-straat] : de verdachte zou slechts faciliterende handelingen hebben verricht, zodat geen sprake is van medeplegen.
Het hof overweegt als volgt. Op 7 mei 2015 tussen 11:26 uur en 12:46 uur respectievelijk tussen 11.22 uur en 12.55 uur straalden de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte] zendmasten in Haarlem aan. Omstreeks 14:15 uur zag een observant die zich nabij het verblijfadres van [verdachte] ( [b-straat 1] ) ophield, de Renault Megane, met daarin [verdachte] en [medeverdachte] , als respectievelijk bestuurder en bijrijder, rijden. Omstreeks 14:22 uur zag hij dat [medeverdachte] post verscheurde en in een ondergrondse papiercontainer gooide. De auto met [verdachte] en [medeverdachte] reed vervolgens door in de richting van het AMC ziekenhuis. De versnipperde post is door de observant uit de container gehaald: het betrof een brief afkomstig van de ABN Amro Bank , gericht aan het adres [a-straat 1] , [postcode] Haarlem (het hof begrijpt het adres van aangever [benadeelde 1] ). De brief was voorzien van een plakstrip waarop normaliter een nieuwe bankpas is bevestigd. Die middag is op drie momenten geld opgenomen met de bankpas die was bestemd voor [benadeelde 1] . Telkens peilden de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte] uit in de nabije omgeving van deze transacties. [medeverdachte] is op beveiligingsbeelden van de geldautomaat bij het AMC herkend.
Het hof oordeelt dat deze gedragingen van de verdachte hetzelfde zijn als eerder onder ‘medeplegen’ omschreven. Ook voor dit zaakdossier geldt daarom dat de verdachte als medepleger wordt aangemerkt.
Gelet op het voorgaande acht het hof de onder 2 ten laste gelegde diefstal in vereniging van een geldbedrag van € 2.512,00 en de onder 3 tenlastegelegde diefstal in vereniging van een poststuk van [benadeelde 1] wettig en overtuigend bewezen
Nadere bewijsoverweging ten aanzien van het onder 2, 3 en 5 ten laste gelegde, zaaksdossier Gramsbergen ( [benadeelde 2] )
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde voor zover dat ziet op de diefstal in vereniging met gebruik van een valse sleutel van € 3.430,00, toebehorend aan [benadeelde 2] . Hij heeft daartoe aangevoerd dat op basis van de inhoud van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de geldopname van € 1.000,00 bij een pinautomaat aan de [c-straat] en de betaling van € 2.430,00 in kledingwinkel Didato heeft verricht. Ten aanzien van de betaling van € 70,00 bij Lacoste heeft de raadsman een beroep op de eigen waarneming van het hof gedaan wat betreft de gestelde herkenning van de verdachte op de beelden. Voorts heeft de raadsman vrijspraak bepleit van de onder 3 ten laste gelegde diefstal in vereniging van poststukken te Gramsbergen en/of het medeplegen van oplichting te Gramsbergen . Ook dient vrijspraak te volgen van het onder 5 ten laste gelegde witwassen van een paar Gourmet Tigerstripes schoenen, nu niet is vastgesteld dat het bij de verdachte aangetroffen paar het bij Didato gekochte paar betreft.
Het hof overweegt hiertoe als volgt.
Op 28 mei 2015 is bij de ABN AMRO Bank telefonisch een nieuwe bankpas aangevraagd door een persoon die zich voordeed als [benadeelde 2] . Op 29 mei 2015 is de bankpas door ABN AMRO Bank verzonden naar het adres van [benadeelde 2] , namelijk [d-straat 1] te Gramsbergen . Uit de locatiegegevens van de mobiele telefoons van [medeverdachte] en [verdachte] blijkt dat zij zich op 30 mei 2015 in Gramsbergen bevonden. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij op 30 mei 2015 tijdens haar werkzaamheden als postbode is aangesproken door een jongen. Deze jongen vroeg haar naar post voor het adres [d-straat] en zei dat hij wachtte op een brief van het ziekenhuis bestemd voor zijn moeder. [getuige 1] heeft verklaard dat zij geen post aan deze jongen heeft afgegeven.
Later die dag, namelijk om 16:31 uur vond met de betreffende bankpas (die gelet op de verklaring van [getuige 1] op enig moment daarvoor gestolen moet zijn) een geldopname plaats bij een pinautomaat aan de [c-straat] in Amsterdam. De telefoons van [verdachte] en [medeverdachte] peilden beide uit in de nabije omgeving van deze pinautomaat. Vervolgens is met dezelfde bankpas om 17:05 uur een geldbedrag van € 2.430 betaald bij kledingwinkel Didato aan de [c-straat] . Getuige [getuige 2] , werkzaam bij voornoemde kledingwinkel, heeft verklaard dat de betaling is verricht door een van de vier a vijf mannen die gezamenlijk in de winkel aanwezig waren. [getuige 2] heeft [medeverdachte] en [verdachte] herkend als zijnde twee van deze mannen en heeft op 13 juni 2015 bij de politie verklaard: “Ze pakten willekeurig kleding uit de schappen, paste dit niet allemaal [...] Ze hadden uiteindelijk voor meer dan 3000,- euro aan kleding gepakt, maar het bleek dat ze een maximum bedrag konden betalen dat lager lag. Er zijn een paar kledingstukken teruggelegd.” Vervolgens vond er om 17.24 uur een pinbetaling van € 70,- bij kledingwinkel Lacoste te Amsterdam plaats. [verdachte] is als pinner herkend op de camerabeelden van deze winkel. Het hof ziet in de zich in het dossier bevindende stills van deze beelden geen aanleiding te twijfelen aan deze herkenning.
Op 9 juni 2015 is bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] onder meer een paar schoenen van het merk Gourmet Tigerstripes, maat 44 aangetroffen, welke maat, merk en type schoenen eveneens zijn vermeld op de kassabon behorend bij de op 30 mei 2015 bij Didato gekochte goederen.
Het hof acht deze feiten en omstandigheden zo bezwarend voor [verdachte] , mede in het licht van hetgeen onder ‘medeplegen’ is overwogen, dat van hem een deze redengevende feiten en omstandigheden ontzenuwende verklaring mocht worden verwacht. Een dergelijke verklaring van [verdachte] is echter uitgebleven; de eerst ter zitting desgevraagd door [verdachte] afgelegde verklaring dat hij de Gourmet Tigerstripes bij ‘ Wiseguys ’ zou hebben gekocht, kan in ieder geval niet als een dergelijke verklaring gelden.
Gelet op het voorgaande acht het hof de onder 2 ten laste gelegde diefstal (deels) in vereniging van een geldbedrag € 3.500,00, de onder 3 ten laste gelegde diefstal in vereniging van een poststuk en het onder 5 ten laste gelegde witwassen van de Gourmet Tigerstripes wettig en overtuigend bewezen.