Conclusie
De zaak
phishing-fraude) en diefstal. Daarbij gold de volgende ‘modus operandi’. Aan benadeelden werd gevraagd hun bank-, adres- en persoonsgegevens te verstrekken. Daarbij werd gebruikgemaakt van mailtjes met daarin hyperlinks naar webpagina’s die een sterke gelijkenis vertoonden met webpagina’s van bepaalde banken. Met behulp van die gegevens werden nieuwe bankpassen aangevraagd. De verdachte en één van zijn medeverdachten togen vervolgens naar de adressen waar de bankpassen naartoe werden gestuurd om de post met daarin de bankpassen te onderscheppen. Met de onderschepte bankpassen werden verschillende transacties verricht.
Bespreking van de cassatiemiddelen
eerste middelbehelst de klacht dat het bewijs van het medeplegen van de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, mede in het licht van het door de verdediging gevoerde verweer, ontoereikend is gemotiveerd.
hij in de periode van 18 maart 2015 tot en met 30 mei 2015 te Haarlem , Gramsbergen en Stedum , tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen poststukken toebehorende aan [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3]
tweede middelbehelst de klacht dat het onder 4 bewezen verklaarde, voor zover het gaat om poging tot diefstal van de poststukken op naam van [benadeelde 5] en poging tot oplichting ten aanzien van de poststukken op naam van [benadeelde 6] , mede in het licht van hetgeen door de verdediging in hoger beroep is aangevoerd, ontoereikend is gemotiveerd.
derde middelbevat de klacht dat het onder 5 ten laste gelegde (witwassen) niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid, dan wel dat het bewezen verklaarde niet kan worden gekwalificeerd als witwassen.
vierde middelbehelst de klacht dat uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.
vijfde middelbehelst de klacht dat het hof ongemotiveerd is afgeweken van een door de verdediging gevoerd uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ten aanzien van de strafoplegging.
phishing. In dat kader heeft de verdachte zich op de bewezen verklaarde wijze meermalen schuldig gemaakt aan het in vereniging plegen van diefstal, het medeplegen van oplichting en pogingen daartoe. Verdachte en zijn mededaders zijn daarbij volgens een tevoren opgezet plan te werk gegaan, waarbij verdachte belast was met een wezenlijke uitvoerende rol. In het verlengde daarvan heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen.
zesde middelbevat de klacht dat de inzendtermijn in cassatie is geschonden.