Conclusie
Nummer24/04422
De zaak
Instagram-account geplaatste video. In dat openbaar bericht is het account van de (toenmalig) minister
‘getagd’. Dit openbaar bericht luidt als volgt:
“Bij mijn tante is long k geconstateerd. Altijd gezond geweest maar volledig vaccinatie gehad. Komt het ooit uit dat het door de vaccinatie komt v.ermo.ord ik je@ [voormalig minister] inclusief je dochter”.
zal responderen op de in hoger beroep gevoerde verweren,
de strafmotivering van de politierechter zal aanvullen;
de door de politierechter gebruikte bewijsmiddelen zal aanvullen, indien cassatie wordt ingesteld.
Bespreking van de ter terechtzitting gevoerde verweren
De middelen
Het eerste middel
eerste middelbehelst de klacht dat het gerechtshof is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, dat het feit de verdachte wegens een psychische stoornis niet kan worden toegerekend en dat hij dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, zonder daarvoor een toereikende motivering te geven.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de zijde van de verdediging, inhoudende dat de verdachte moet worden vrijgesproken omdat bij de aangever door de gedane uitlatingen geen redelijke vrees kon ontstaan, onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen.
derde middelis gericht tegen het oordeel van het hof dat de bedreiging is geschied onder een voorwaarde als bedoeld in art. 285 lid 2 Sr Pro. In de korte omschrijving van het middel in de inleiding van de schriftuur wordt een rechtsklacht geformuleerd, terwijl in de omschrijving van het derde middel als zodanig slechts een motiveringsklacht is te lezen. Ik zal beide omschrijvingen in hun onderlinge samenhang bezien en ervan uitgaan dat de steller van het middel beoogt zowel een rechtsklacht als een motiveringsklacht aan de Hoge Raad voor te leggen.
Komt het ooit uit dat het door de vaccinatie komt’genoegzaam is omschreven in de tenlastelegging. Aldus ligt in het arrest als het oordeel van het hof besloten dat de kwalificatie haar grondslag vindt in het bewezen verklaarde. [8] Over dat oordeel wordt in cassatie niet geklaagd.
Conclusie
eerste middelen het
tweede middelfalen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 Wet Pro RO ontleende formulering. Het
derde middelhoeft niet tot cassatie te leiden.