Conclusie
middelis gericht tegen de verwerping van het beroep op (putatief) noodweerexces.
Het bewijs
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak werd verdachte door het hof veroordeeld wegens doodslag en poging tot doodslag na een incident in een appartement te Heerlen, waarbij de verdachte meerdere malen met een mes stak. De verdediging voerde in hoger beroep onder meer noodweer, noodweerexces en putatief noodweer aan. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat de noodweersituatie was geëindigd op het moment dat verdachte een mes pakte en dat zijn daaropvolgende handelen aanvallend van aard was.
De zaak speelde zich af op 9 juni 2013, toen een ruzie escaleerde in een appartement met meerdere betrokkenen. Verdachte werd aanvankelijk aangevallen en zat in een wurggreep, waarna hij vluchtte en een mes pakte. Het hof stelde vast dat het handelen van verdachte na het pakken van het mes niet meer verdedigend was, maar gericht op confrontatie, onderbouwd met getuigenverklaringen en forensisch bewijs.
De advocaat-generaal concludeerde dat het hof de verweren terecht had verworpen en dat het beroep op noodweerexces en putatief noodweer niet slaagde omdat het handelen van verdachte niet meer als verdediging kon worden aangemerkt. De Hoge Raad volgde deze conclusie en vernietigde de strafoplegging alleen wegens overschrijding van de redelijke termijn, leidend tot strafvermindering. Het cassatiemiddel werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep op noodweer, noodweerexces en putatief noodweer wordt verworpen; strafvermindering wegens termijnoverschrijding.