De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte is veroordeeld voor belaging en subsidiair laster jegens een minderjarige aangeefster. De verdachte had onder meer pizza's besteld op naam van het slachtoffer en advertenties geplaatst met persoonlijke gegevens, waaronder een erotische contactadvertentie, die leidde tot frequente en seksuele benaderingen door derden.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat sprake is van stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer zoals bedoeld in artikel 285b Sr. Het hof heeft terecht het totaalbeeld beoordeeld aan de hand van aard, duur, frequentie en intensiteit van de gedragingen en de impact daarvan op het slachtoffer en haar familie. De gedragingen van de verdachte leidden tot aanzienlijke overlast, angst en beperkingen in het dagelijks leven van het slachtoffer.
Hoewel één van de bestellingen niet aan de verdachte kon worden toegerekend, tast dit de bewezenverklaring niet aan. De Hoge Raad wijst ook op de overschrijding van de redelijke termijn, maar acht dit niet aanleiding voor cassatie. Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.