Conclusie
middelklaagt dat de beslissingen van het hof ten aanzien van het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte onjuist zijn, althans dat de verwerping van het verweer dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het plegen van de ten laste gelegde feiten en de bewezenverklaringen van opzet onvoldoende met redenen zijn omkleed.
€43.712
€ 40.355
€ 39.293
5. Overwegingen met betrekking tot het bewijs
Op 17 juni 1992 is [A] B.V. (hierna: [A] ) opgericht. Verdachte is bestuurder (directeur, alleen/zelfstandig bevoegd) en enig aandeelhouder. [A] is gevestigd aan de [a-straat 1] te [plaats] . Dit is tevens het adres van verdachte.
De rechtbank ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of de door verdachte geopende effectenrekeningen mochten worden aangemerkt als zakelijk vermogen en als zodanig mochten worden opgenomen in de jaarrekeningen van [A] en de aangiftes vennootschapsbelasting (en dus niet in de aangiftes inkomstenbelasting van verdachte).
Op 5 april 2006 is vanaf rekeningnummer [002] bij HBU van [A] een bedrag van € 30.000,- overgemaakt naar de crediteringsrekening bij Van Lanschot met nummer [005] . De omschrijving luidt “lening privé”.
Op 10 april 2006 is op de crediteringsrekening bij Van Lanschot met nummer [005] een bedrag gestort van € 25.000,- vanaf rekeningnummer [006] op naam van verdachte en [betrokkene 2] . De omschrijving luidt “ [verdachte] en/of Manager of funds”.
Op 12 april 2006 is vanaf de crediteringsrekening bij Van Lanschot met nummer [005] een bedrag van € 55.000,- afgeschreven naar rekeningnummer [004] (effectendepot Van Lanschot). De omschrijving luidt “ [verdachte] Uw opdracht.”
Op 2 januari 2007 heeft verdachte een krediet afgesloten met een limiet van € 250.000,- bij VPV op basis van de bij de bank aangehouden effectenrekening. In de kredietofferte staat dat het krediet zal worden aangewend voor leverage van de effectenportefeuille en voor consumptieve doeleinden. Op 4 januari 2007 is een overeenkomst tot verpanding van effecten afgesloten tussen verdachte en VPV, waarbij de effecten die verdachte in depot had bij VPV, als zekerheid voor de geldlening, aan VPV in onderpand zijn gegeven.
Op 31 januari 2007 is vanaf de crediteringsrekening bij Van Lanschot met nummer [005] een bedrag van € 25.000,- overgemaakt naar rekeningnummer [002] bij HBU van [A] . De omschrijving luidt “rente aan [A] 2006.”
Verdachte heeft verklaard dat [C] de aangifte vennootschapsbelasting van [A] deed. Verdachte tekende ze. Verdachte leverde de stukken bij [C] aan en [C] verwerkte de door hem aangeleverde stukken tot een jaarrekening en aangifte. [C] is door hem gemachtigd om de aangifte vennootschapsbelasting van [A] en de aangifte inkomstenbelasting van hemzelf te doen.
In de conceptjaarrekening 2006 van [A] , opgesteld op 6 februari 2008, is op de balans per 31 december 2006 onder de post financiële vaste activa een lening u/g directie opgevoerd van € 950.000,-. Hierover is 4% rente berekend.
In het werkdossier van [C] inzake [A] is onder aantekening 2 inzake beleggingsrekeningen het volgende opgenomen:
Getuige [betrokkene 1] , registeraccountant bij [C] , heeft verklaard dat hij de jaarrekeningen van [A] heeft getekend. [betrokkene 1] had een samenstellingsopdracht voor de jaarrekening. Dit betekent dat zij geen controle uitvoeren over de financiële gegevens, maar dat zij de jaarrekening samenstellen op basis van de gegevens die de directie aandraagt. Als je een vermoeden hebt dat er iets onjuist is, verricht je verder/nader onderzoek, bijvoorbeeld door het stellen van vragen.
Op 7 april 2008 heeft [betrokkene 5] , werkzaam bij [C] , een e-mail gestuurd aan verdachte met de volgende inhoud:
Getuige [betrokkene 5] , AA accountant bij [C] , heeft over bovenstaande mail verklaard dat zij deze mail gestuurd heeft. Voordat zij deze mail verstuurde moest deze goedgekeurd worden door haar baas. In deze mail kan gelezen worden dat de keuze om de beleggingen als zakelijk op te nemen is genomen door verdachte. Verder heeft [betrokkene 5] verklaard dat zij administratief het aanspreekpunt was. Ze weet dat er bewust voor is gekozen om de beleggingen in de jaarstukken van [A] op te nemen. Administratief is de belegging vanaf 2006 als zakelijk geboekt. Deze administratie is echter pas in 2008 opgemaakt. De keuze is niet door haar gemaakt, zij heeft deze allemaal maar uitgevoerd. Degene die haar dit gevraagd heeft is haar leidinggevende (rechtbank: [betrokkene 1] ). [betrokkene 5] is niet op de hoogte van een intern overleg.
op jouw verzoekzakelijk verwerkt (cursivering van mij, plv. AG).” Deze e-mail was door haar leidinggevende, [betrokkene 1] , goedgekeurd. Geconstateerd kan worden dat [C] op verzoek van de verdachte de beleggingen zakelijk heeft verwerkt en dat [C] hiernaar geen onderzoek heeft verricht. Ik teken daarbij nog aan dat – met het oog op de fiscale jurisprudentie – zich dus niet de situatie voordoet dat de verdachte koerste op het advies van een deskundig adviseur. [4] Overigens is niet uitgesloten dat bij een persoon die een adviseur heeft ingeschakeld aan wie opzet of grove schuld kan worden verweten, zelf (voorwaardelijk) opzet of grove schuld aanwezig is. [5]