Conclusie
“diefstal door twee of meer verenigde personen”is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken waarvan twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
middelklaagt dat het hof – dat het vonnis van de politierechter met overneming van gronden heeft bevestigd – in strijd met art. 359, zesde lid, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven die hebben geleid tot het opleggen van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf.
“de aantekening mondeling vonnis”, waarmee wordt bedoeld het zogeheten stempelvonnis als bedoeld in art. 378a, eerste lid, Sv,
“aan dit proces-verbaal [is] gehecht en wordt geacht hiervan deel uit te maken”. Daarmee hebben de politierechter en, door het vonnis van de politierechter te bevestigen, het hof miskend dat genoemd stempelvonnis op grond van art. 378a, vijfde lid, Sv is vervallen ten gevolge van het aantekenen van het mondeling vonnis in het proces-verbaal van de terechtzitting. Resteert een incompleet overeenkomstig art. 378, tweede lid, Sv in het proces-verbaal van de terechtzitting van de politierechter van 3 februari 2016 aangetekend vonnis. Het voorgaande leidt mij tot de slotsom dat het bestreden arrest, waarbij het vonnis is bevestigd, niet in stand kan blijven en dat de zaak moet worden teruggewezen naar het hof.