ECLI:NL:PHR:2024:127
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van motivering gevangenisstraf bij eenvoudige belediging en vernieling
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 dagen voor eenvoudige belediging van een ambtenaar tijdens diens bediening en voor vernieling van eigendom van een ander. Het hof legde ook de tenuitvoerlegging van eerder voorwaardelijk opgelegde straffen vast.
De advocaat van de verdachte stelde cassatie in met het middel dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom een vrijheidsbenemende straf noodzakelijk was, zoals vereist in art. 359 lid 6 Sv Pro. Dit artikel vereist dat de rechter expliciet aangeeft dat niet kan worden volstaan met een lichtere sanctie en de redenen daarvoor.
De advocaat-generaal concludeerde dat het middel faalt. Het hof had voldoende redenen gegeven, zoals recidive, het veroorzaken van financiële schade, het ontbreken van respect voor verbalisanten en het feit dat eerdere voorwaardelijke straffen niet hadden geleid tot gedragsverbetering. Hoewel het hof niet expliciet sprak over onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming, leidde de verwijzing naar de eis van de advocaat-generaal en het vonnis tot een gevangenisstraf van 30 dagen tot de conclusie dat het hof deze sanctie passend achtte.
De conclusie is dat de motivering voldoet aan de eisen van art. 359 lid 6 Sv Pro en dat het cassatiemiddel verworpen moet worden. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging van het arrest. De Hoge Raad bevestigt hiermee de rechtspraak over de motivering van vrijheidsbenemende straffen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de gevangenisstraf van 30 dagen blijft in stand.