Conclusie
eerste middelvan mr. Spong betreft de reactie van het hof op het kwalificatieverweer, zoals weergegeven onder randnummer 7. Het verweer zou zijn verworpen op gronden die de verwerping niet kunnen dragen. In de toelichting wordt gesteld dat de motivering tekort schiet omdat in het licht van de uitlokking door het slachtoffer, haar vrijwilligheid en motieven geen sprake was van de voor ontucht vereiste wederrechtelijkheid nu het slachtoffer zich niet (meer/verder) in een afhankelijkheidsrelatie ten opzichte van de arts bevond. Evenals in feitelijke aanleg wordt in cassatie aansluiting gezocht bij HR 18 februari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0645, NJ 1997/485 m.nt. ’t Hart.
14.Het eerste middel van mr. Spong faalt.
tweede middelvan mr. Spong klaagt dat het hof het betrouwbaarheidsverweer dat aangeefster [slachtoffer] en [getuige 1] als onbetrouwbare getuigen dienen te worden aangemerkt heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen. De steller van het middel typeert de rechtspraak over uitdrukkelijke onderbouwde standpunten terecht als casuïstisch en voegt daaraan toe (ik citeer): “[…] cassatiemiddelen over deze materie veel weg hebben van Chang’e 4 van het type Lange Mars, de Chinese raket met een landingssonde die op de achterkant van de maan is geland.”
18.Het tweede middel van mr. Spong faalt.
derde middelvan mr. Spong klaagt er over dat er voldoende (steun)bewijs is voor zover de bewezenverklaring inhoudt dat verdachte heeft “geprobeerd op die [slachtoffer] te gaan liggen”.
24.Het derde middel van mr. Spong faalt
vierde middelvan mr. Spong klaagt dat uit de bewijsmiddelen volgt, althans dat daaruit het ernstige vermoeden voortvloeit, dat het bewezenverklaarde misdrijf niet is voltooid ten gevolge omstandigheden afhankelijk van de wil van verdachte (art. 46b Sr). Uit de bewijsmiddelen zou de vrijwillige terugtred volgen en het hof had anders oordelende daaraan tenminste een overweging dienen te wijden.
28.Het vierde middel van mr. Spong is kansloos.
eerste middelvan mr. Noorduyn klaagt over de motivering van het oordeel van het hof dat de voor het bewijs gebruikte verklaring van [getuige 1] betrouwbaar is. Het middel vertoont enige overlap met het tweede middel van mr. Spong.
32.Het eerste middel van mr. Noorduyn faalt.
tweede middelvan mr. Noorduyn bevat de klacht dat het oordeel van het hof dat het “alibiverweer” niet geloofwaardig is zonder nader motivering die ontbreekt onbegrijpelijk is.
35.Het tweede middel van mr. Noorduyn faalt eveneens.
derde middelvan mr. Noorduyn klaagt over de afwijzing van een voorwaardelijk verzoek tot het horen van getuigen.
41.Het derde middel van mr. Noorduyn heeft geen kans van slagen.
vierde middelvan mr. Noorduyn betreft de motivering van de beslissing op het verweer dat de in het geding gebrachte geluidsopnamen onbetrouwbaar zijn. Die motivering is volgens de steller van het middel onvoldoende, althans de door het hof gebezigde gronden kunnen de verwerping niet dragen. Uiteindelijk plaatst de steller van het middel in de toelichting onder 14 ook het vierde middel in de sleutel van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt als bedoeld in art. 359, tweede lid, Sv.