Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof ten onrechte tot een bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde is gekomen, aangezien het hof het verweer dat geen sprake is van diefstal ten onrechte, dan wel ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.
Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde
Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde
NJ2007/386, m.nt. De Jong: het doen van een pinbetaling met een gestolen pinpas kan worden beschouwd als diefstal (het wegnemen) met behulp van een valse sleutel (de pinpas) uit een betaalautomaat van het bedrag van de pinbetaling. Een ander voorbeeld is te vinden in HR 17 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2029,
NJ2014/180, m.nt. Rozemond: de verdachte had met een aan zijn voormalige werkgever toebehorende tankpas zonder diens toestemming en voor diens rekening benzine getankt. Met het enkel gebruikmaken van de tankpas, zo kan uit de aan het arrest voorafgaande conclusie van mijn ambtgenoot Spronken worden opgemaakt, was nog slechts op rekening van de ex-werkgever getankt; er was nog niet letterlijk betaald, de facturering moest nog plaatsvinden. Met zijn oordeel dat de verdachte aldus geld had weggenomen, had het hof kennelijk voor ogen dat het afrekenen van de aankoop van brandstof met behulp van zo een tankpas kon worden aangemerkt als de betaling ten laste van de rekening van de voormalig werkgever, door welke betaling de voormalig werkgever in zijn vermogen was aangetast, aldus de Hoge Raad, die daarop liet volgen dat dit oordeel niet blijk gaf van een onjuiste rechtsopvatting en ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk was. Daarnaast kan nog worden gewezen op veroordelingen ter zake van het aan de eigenaar onttrekken van elektriciteit of water (door middel van het openzetten van een kraan). [3] Waar het om gaat is, dat de dader zich een zodanig feitelijke heerschappij over het goed heeft verschaft dan wel dit aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken dat de wegneming van het goed als voltooid kan gelden. [4] Of daarvan sprake is, is mede afhankelijk van waarderingen van feitelijke aard die in cassatie slechts in beperkte mate kunnen worden getoetst.
NJ2018/326, m.nt. Rozemond. Wanneer iemand bij (kort gezegd) tanken zonder te betalen de brandstof wegneemt met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening en hij dit oogmerk al ten tijde van het tanken had, is sprake van diefstal. Indien de verdachte echter aannemelijk weet te maken dat de intentie tot toe-eigening pas ná het tanken ontstond, komt verduistering in beeld.
NJ2009/281. [8] Wat oplichting betreft, verdient opmerking dat dit delict gepaard gaat met een inbezitneming waarvoor toestemming is verleend; [9] voor de afgifte is bij zowel het slachtoffer als bij de verdachte het oogmerk van bezitsoverdracht nodig. [10] In HR 19 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1251,
NJ2015/259 had het hof vastgesteld dat de verdachte door middel van het gebruik van een valse kopie van een “toestemming tot wegvoering” de in de bewezenverklaring genoemde vier zeecontainers uit de macht van de rechthebbende had gehaald. Was dat (in casu) “wegnemen” in de zin van art. 310 Sr Pro, of oplichting? [11] Het hof had klaarblijkelijk geoordeeld dat de verdachte zich op de gegeven wijze een zodanig feitelijke heerschappij over die goederen had verschaft, dat sprake was van wegneming en dus van diefstal. Dat oordeel was terecht, aldus de Hoge Raad, waaraan niet afdeed dat de verdachte mogelijkerwijs ook ter zake van oplichting had kunnen worden vervolgd. [12]
tweede middelklaagt over de bewezenverklaring van het onder 3 subsidiair tenlastegelegde feit.