Conclusie
Waar het in deze zaak om gaat
Het eerste middel en de beoordeling ervan
NJ2014/441, m.nt. Borgers heeft de Hoge Raad belangrijke beschouwingen gewijd aan het oproepen en horen van getuigen ter terechtzitting, waaronder de navolgende (rov. 2.8 en 2.76). Het noodzakelijkheidscriterium houdt verband met de taak en de verantwoordelijkheid van de strafrechter voor de volledigheid van het onderzoek van de zaak. Met het oog daarop is hem de bevoegdheid toegekend om ambtshalve onder meer de oproeping van getuigen te bevelen voor het geval hem de noodzakelijkheid blijkt van dat verhoor, ongeacht wat de procespartijen daarvan vinden. Vanuit deze gezichtshoek bezien is bij de beoordeling van een gemotiveerd, duidelijk en stellig verzoek van de verdediging aan de rechter om ambtshalve gebruik te maken van zijn bevoegdheid om zelf getuigen op te roepen, slechts van belang of hij het horen van die getuigen noodzakelijk acht met het oog op de volledigheid van het onderzoek. Dit betekent dat zo een verzoek kan worden afgewezen op de grond dat de rechter zich door het verhandelde ter terechtzitting voldoende ingelicht acht en hem dus de noodzakelijkheid van het gevraagde verhoor niet is gebleken. Bij de beoordeling van de afwijzing van een verzoek tot het oproepen van getuigen gaat het in cassatie uiteindelijk om de vraag of de beslissing begrijpelijk is in het licht van – als waren het communicerende vaten – enerzijds hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd en anderzijds de gronden waarop het is afgewezen.
Het tweede middel (feit 4)
Bewezenverklaring en bewijsvoering (feit 4)
De verklaring van verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg, zakelijk weergegeven:
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (dossierpagina 1152 e.v.), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van verdachte:
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (dossierpagina 1182 e.v.), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van verdachte:
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (dossierpagina 1549 e.v.), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [slachtoffer 1] :
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (dossierpagina 1552 e. v.), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [slachtoffer 1] :
Beoordeling van het tweede middel (feit 4)
Geen oplichting ivm ‘stultus non recurritur’” het volgende inhoudt (met weglating van de voetnoten):
NJ2017/158, m.nt. Keijzer heeft de Hoge Raad met betrekking tot het delict van oplichting onder meer het volgende overwogen:
Het derde middel (feit 8)
Bewezenverklaring en bewijsvoering (feit 8)
Beoordeling van het derde middel (feit 8)
onder b, Sr, maar louter om delictsgedragingen die (kort gezegd) in het eerste lid
onder aworden genoemd. Deze constatering is van belang, nu het betoog van de steller van het middel is geënt op de rechtspraak van de Hoge Raad die (echter) uitsluitend van toepassing is op de delictsgedragingen "verwerven" en "voorhanden hebben" als opgenomen in het eerste lid onder b, en die, zo zegt de Hoge Raad er nadrukkelijk bij,
geenbetrekking heeft op het verbergen en verhullen als bedoeld in het eerste lid onder a. [5] Derhalve mist het middel in zoverre feitelijke grondslag.
Het vierde middel en de beoordeling ervan
derden– dus bij anderen dan de verdachte zelf – op het gebied van de individuele gezondheidszorg. [7] Anders gezegd: de verdachte dient in persoon (bijvoorbeeld in de hoedanigheid van pseudoarts) en bedrijfsmatig zich te onthouden bij
anderenhandelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg te verrichten (doen van onderzoek, stellen van diagnoses, invoeren, voorschrijven en verstrekken van geneesmiddelen, enz.). Dat het hof dáárop doelt – en niet op het voor zichzelf kopen van “een aspirientje, Daktarin of enig andere gezondheidsbevorderend middel, inclusief een homeopathisch hoestdrankje van Dr. Van der Hoog” – zullen de steller van het middel en de verdachte ook zelf wel hebben kunnen lezen in ’s hofs strafmotivering. Die ik om elk mogelijk misverstand bij hen weg te nemen hier toch maar even integraal weergeef: