Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
4.Wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur
BNB1988/160 heeft de HR beslist dat de belastingplichtige, nadat hij beroep bij de belastingrechter heeft ingesteld, als gelijke partij tegenover de inspecteur staat. Hieruit leidt de HR af dat de inspecteur de belastingplichtige in dat stadium niet buiten de rechter om op grond van de art. 47 e.v. mag dwingen om mee te werken aan de bewijslevering in die zaak. Een onderzoek bij derden is in dit stadium wel toegestaan.
2.Bevoegdheden van de bestuursrechter (lid 1)
7.Inschakeling getuigen en deskundigen door partijen (lid 4)
2. de verklaring is onrechtmatig verkregen en daarmee uitgesloten voor het bewijs;
3. het door het verzuim veroorzaakte nadeel wordt gecompenseerd door vermindering van de boete;
4. het vormverzuim wordt gepasseerd indien de betrokkene niet in zijn verdediging is geschaad.