Conclusie
Inleiding
Bewezenverklaring en bewijsvoering
Bewijsmiddelen
Bewijsoverweging
Het eerste middel
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde en van de verdachte
Het tweede middel
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf wegens doodslag op het slachtoffer in de nacht van 27 december 2015 in Diemen. De doodslag ontstond na een vechtpartij waarbij de verdachte meerdere malen met een groot mes in het slachtoffer stak, die hierdoor overleed. De verdachte voerde noodweer en noodweerexces aan, maar het hof verwierp deze verweren omdat het niet aannemelijk was dat het slachtoffer een mes bij zich had en de verdachte disproportioneel geweld gebruikte.
In cassatie werden twee middelen ingediend: het eerste richtte zich tegen de verwerping van noodweer(exces), het tweede tegen de hoogte van de shockschadevergoeding van €35.000 aan de benadeelde partij, de dochter van het slachtoffer. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onbegrijpelijk had geoordeeld dat de verdachte het mes bij zich had en het slachtoffer niet, en dat de disproportionele wijze van verdediging geen beroep op noodweer rechtvaardigde.
Ten aanzien van de shockschadevergoeding stelde de Hoge Raad vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het bedrag passend was, mede door het ontbreken van concrete vaststellingen over duur, intensiteit en herstelverwachting van het letsel. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de schadevergoeding betreft en verwees de zaak terug. Het cassatieberoep werd in zoverre verworpen. De overige middelen faalden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens doodslag en vernietigt het arrest over de shockschadevergoeding wegens onvoldoende motivering.