Conclusie
Nummer 19/00189
1.Inleiding
1Tegen de uitspraak van de Rechtbank is door belanghebbende (sprong)cassatie ingesteld.
2De (uiteindelijke) deelnemingen van Beheer BV dreven op individueel niveau een materiële onderneming. Het gaat daarbij om [E] B.V. (hierna: [E] BV), [F] B.V. (hierna: [F]BV) en [G] B.V. (hierna: [G] BV).
3De uiteindelijke deelneming in [F] BV is op 27 januari 2010 verworven. De waarde van het indirecte aanmerkelijk belang in [F] BV bedroeg ten tijde van de schenking € 236.796.
4
5
6
2.De feiten en het geding in feitelijke instantie
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23Op verzoek van de verkrijger wordt met de BOR, tot bepaalde wettelijke begrenzingen, een voorwaardelijke vrijstelling van schenkbelasting verleend indien tot de verkrijging ondernemingsvermogen behoort. Zie artikel 35b van de SW voor de omvang van het ondernemingsvermogen dat in aanmerking komt voor de vrijstelling. Wat onder ondernemingsvermogen wordt begrepen is bepaald in artikel 35c van de SW. Ten aanzien van de schenker geldt dat deze dient te voldoen aan een bezitstermijn van vijf jaren, zoals neergelegd in artikel 35d van de SW. Het betreft hier een voorwaardelijke vrijstelling omdat deze afhankelijk is van het voortzetten van de onderneming door de verkrijger, als vereist ingevolge artikel 35e van de SW.
24
25
26
27
28Daaruit volgt dat een ondernemer meer dan één onderneming kan drijven, als vast te stellen op basis van de feiten van het geval.
29
30
31Voor de houdstermaatschappij geldt een (tweede) bezitseis van vijf jaren voor het drijven van een onderneming in geval van een schenking als in de onderhavige procedure blijkens de tekst van artikel 35d, lid 1, onderdeel c van de SW.
32
33
34Daaraan is in casu niet voldaan.
36Het is echter naar mijn mening wel zo dat door een verhanging, krachtens titel van koop, van een aanvankelijk direct gehouden aanmerkelijk belang aan een eigen holdingmaatschappij op grond van artikel 35d, eerste lid, onderdeel c van de SW een nieuwe bezitstermijn voor de BOR gaat lopen.
37Daarbij gaat het om situaties zoals de geruisloze inbreng van een onderneming in de inkomstenbelasting naar een aanmerkelijk belang in een NV of BV. Koop van aandelen, zoals in casu, wordt in dit kader niet genoemd.
38Deze zinsnede moet naar ik meen gelet op dezelfde parlementaire geschiedenis in samenhang worden gelezen met de voorloper van artikel 9 URSE Pro waarin eveneens een beperkte tegemoetkoming gold op de bezitstermijn. Met de invoering van de huidige BOR heeft een uitbreiding plaatsgevonden op de situaties met een tegemoetkoming op de bezitstermijn. Uit de toelichting op artikel 9 URSE Pro volgt dat deze uitbreiding alleen ziet op fiscaal geruisloze doorschuifsituaties:
39
V-N2016-58.5.