ECLI:NL:PHR:2022:903
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing bezitstermijn bedrijfsopvolgingsregeling bij ruziesplitsing en schenking aandelen
De zaak betreft een geschil over de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) bij de schenking van aandelen in een vennootschap ([B] B.V.) die via een ruziesplitsing is ontstaan uit een eerdere vennootschap ([D] B.V.). De moeder van belanghebbende hield oorspronkelijk indirect 49% van het aanmerkelijk belang in [D] B.V., die ondernemingen dreef in hoor- en optiekcentra. Na een ruziesplitsing in 2011 werd het belang in de hooractiviteiten via [E] B.V. geconcentreerd en vervolgens in 2013 geschonken aan belanghebbende.
De kern van het geschil is of het bezitvereiste van vijf jaar, zoals gesteld in artikel 35d van de Successiewet, geldt voor het gehele belang van 100% in de onderneming na de splitsing, of slechts voor het oorspronkelijke belang van 49%. De inspecteur stelde dat slechts voor 49% aan het bezitvereiste was voldaan, terwijl belanghebbende en het hof oordeelden dat het gehele belang in aanmerking komt omdat op het moment van schenking sprake was van één materiële onderneming.
De rechtbank was het met de inspecteur eens en oordeelde dat voor het extra 51% belang een nieuwe bezitstermijn geldt. Het hof oordeelde echter dat de situatie op het tijdstip van de verkrijging beslissend is en dat het belang van de schenker door de ruziesplitsing een 100% belang was geworden in een onderneming die al vijf jaar in die vorm werd gedreven, zodat het gehele belang aan het bezitvereiste voldoet.
De staatssecretaris stelt in cassatie dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat voor de uitbreiding van het subjectieve belang geen nieuwe bezitstermijn geldt. Volgens de staatssecretaris dient voor het bij de splitsing verkregen extra belang een nieuwe bezitstermijn te lopen, om misbruik te voorkomen en de wetgeving rechtvaardig toe te passen. De conclusie van de advocaat-generaal is dat het cassatieberoep gegrond moet worden verklaard.
Uitkomst: De staatssecretaris stelt cassatie in tegen het oordeel dat het gehele belang na ruziesplitsing aan het bezitvereiste voldoet.