ECLI:NL:PHR:2019:999
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelating Zorginstituut tot voeging in cassatieprocedure over clustering geneesmiddelen in Regeling Zorgverzekering
In deze zaak staat een incident tot voeging centraal waarbij het Zorginstituut zich wil voegen aan de zijde van de Staat in een cassatieprocedure tegen Biogen. De procedure betreft de vraag of de clustering van het geneesmiddel Skilarence met Tecfidera in de Regeling Zorgverzekering onrechtmatig is jegens Biogen. Het Zorginstituut heeft een wettelijke taak om de minister te adviseren over de opname en clustering van geneesmiddelen in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
Biogen bracht het middel Tecfidera op de markt, geregistreerd voor de behandeling van multiple sclerosis (MS). Skilarence, met dezelfde werkzame stof (dimethylfumaraat), is geregistreerd voor psoriasis. De minister nam Skilarence op in een cluster met Tecfidera in de Regeling Zorgverzekering, wat Biogen aanvocht. Het gerechtshof stelde Biogen in het gelijk en stelde de clustering buiten toepassing.
Het Zorginstituut vordert in cassatie voeging om het standpunt van de Staat te ondersteunen, stellende dat een ongunstige uitkomst voor de Staat het beleid van het Zorginstituut kan doorkruisen. Biogen betwist dit belang en wijst op verschillen met eerdere rechtspraak. De Hoge Raad overweegt dat het Zorginstituut voldoende belang heeft omdat het nadelige gevolgen kan ondervinden van de uitspraak, en dat de procesorde geen bezwaar vormt tegen voeging.
De conclusie van de procureur-generaal is om de incidentele vordering tot voeging toe te wijzen, waarmee het Zorginstituut in de cassatieprocedure kan deelnemen.
Uitkomst: Het Zorginstituut wordt toegelaten tot voeging in de cassatieprocedure vanwege voldoende belang.