Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Behandeling van het principale beroep
Inleiding
permanentvoor een ander doel dan als hoofdverblijf voor de belanghebbende
cum suiswordt gebruikt en deze zodoende niet meer dienstbaar is aan het hoofdgebouw en een zelfstandige eigen functie heeft (zie tevens onderdeel 3.7). Maar daarmee zou het bijgebouw ook niet meer kwalificeren als aanhorigheid. Dat geval doet zich in deze zaak echter niet voor.
de eigen woning die tijdelijk ter beschikking is gesteld aan derden’.Deze tekst sluit niet uit dat hieronder ook delen van de eigen woning worden verstaan. Uit de toelichting op het huidige artikel 3.119aa, lid 4, Wet IB 2001 komt bijvoorbeeld naar voren dat, in het kader van de vervreemding van de eigen woning, onder eigen woning ook een deel van de eigen woning moet worden verstaan. [30] In de literatuur wordt daarnaast terecht opgemerkt dat als op grond van artikel 3.111 lid 7, Wet IB 2001 de gehele woning in het geval van tijdelijke verhuur blijft kwalificeren als eigen woning, het eigenaardig zou zijn wanneer dit niet voor de verhuur van een deel van de eigen woning zou gelden. [31]
ratio legiseveneens meer voor de hand ligt dan onbelastbaarheid.