Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt over (de motivering van) het oordeel van het hof dat voldoende steunbewijs voor de tenlastegelegde feiten aanwezig is.
1. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal informatie gesprek zeden nummer PL135D-2014011684-2, d.d. 14 januari 2014 (p. 8 – 16 van een dossier met nummer 2014138240), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – :
Overweging met betrekking tot het bewijs
Wat ook heel belangrijk is, het lijkt een klein detail maar ze heeft mij verteld dat hoe het ging als hij bijna klaar kwam want dat was een soort ritueel. Ze zei: "Hij gebruikte altijd drie zakdoekjes" en toen ze dat vertelde dacht ik, oh mijn god het is waar." Op de vraag van de verbalisanten waarom zij dat dacht heeft zij verklaard: "
Omdat het bij ons ook op die manier ging. Altijd drie zakdoekjes."
De onderliggende psychopathologie bij cliënte is het niet willen opgroeien tot vrouw (borsten krijgen, in lengte groeien, menstrueren) en kind te willen blijven in de context van seksueel misbruik en angst voor afwijzing door haar vader. In zekere zin moet men dit interpreteren als een vorm van vervreemding van zichzelf en wordt daarom ook wel een identiteitsprobleem genoemd. Deze pathologie is in het geval van cliënte zonder enige twijfel te duiden als voorkomend uit incestproblematiek."en voorts
"Er is overigens geen enkel ander trauma aanwijsbaar in haar leven dan de incestrelatie met haar vader dus ik denk dat het geen uitleg behoeft dat dit de oorzaak is van haar psychiatrische stoornis.”
altijd’drie zakdoekjes moest gebruiken om het sperma van de verdachte op te vangen en weg te vegen, aldus de steller van het middel.
Wat ook heel belangrijk is, het lijkt een klein detail maar ze heeft mij verteld dat hoe het ging als hij bijna klaar kwam want dat was een soort ritueel. Ze zei: "Hij gebruikte altijd drie zakdoekjes" en toen ze dat vertelde dacht ik, oh mijn god het is waar." En op de vraag van de verbalisanten waarom zij dat dacht, heeft zij geantwoord: "
Omdat het bij ons ook op die manier ging. Altijd drie zakdoekjes." Ik roep in herinnering dat het hof ten aanzien van de verklaring van de aangeefster in het bijzonder heeft benoemd het detail van de drie zakdoekjes die de verdachte gebruikte als hij klaar kwam.
“altijd”drie zakdoekjes gebruikte als hij klaar kwam en dat ze ook wel eens een washand moest pakken – voor zover überhaupt relevant – gebaseerd op een te beperkte lezing van het arrest. Gezien (onder andere) bewijsmiddel 3 heeft de aangeefster immers verklaard dat het “
altijd drie zakdoekjes [waren]”, maar er “
heel soms geen zakdoeken [waren], dan moest ik een washandje halen en dan deed hij dat met een washandje eromheen.”
tweede middelklaagt over (de motivering van) de verwerping van het hof van het namens de verdachte gevoerde verweer dat de verklaring van de moeder van de aangeefster niet betrouwbaar is en/of niet bruikbaar is voor het bewijs.
“de verklaring van de moeder niet betrouwbaar is”, aangezien de moeder pas bij de raadsheer-commissaris heeft verklaard dat zij vaak afwezig was en mede daarom niet heeft kunnen merken wat er in het gezin tussen haar dochter en haar man gebeurde. Haar verklaring over hetgeen zou zijn gebeurd is achteraf en (op negatieve wijze) ingevuld door haar schuldgevoel ten opzichte van haar dochter en haar boosheid jegens haar man, aldus de verdediging. Voorts is het volgens de verdediging onjuist dat het detail van de zakdoek er direct voor heeft gezorgd dat aangeefsters moeder er van overtuigd raakte dat het misbruik had plaatsgevonden. Dat gebeurde pas een jaar later, terwijl ook overigens uit het dossier onvoldoende blijkt hoe en wanneer dit detail een rol is gaan spelen. De verklaringen van de aangeefster en haar moeder zijn op dit punt
“pas in de loop van de tijd dichter tot elkaar”gegroeid. Aangezien de verklaringen van aangeefsters moeder niet betrouwbaar zijn, dienen die van het bewijs te worden uitgesloten, aldus het middel. [7]
“authentiek”aangeeft dat zij
“geweldig schrok van dit detail over de zakdoekjes omdat zij hierbij zelf, door de persoonlijke herkenning van dit handelen van verdachte, de schokkende ervaring kreeg dat de aangeefster de waarheid sprak.”Aldus heeft het hof ten aanzien van het door de verdediging naar voren gebrachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verklaring van de moeder van de aangeefster niet betrouwbaar is en bruikbaar voor het bewijs, de redenen opgegeven, als bedoeld in art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv, die ertoe hebben geleid dat dit standpunt niet door het hof is aanvaard. Mede gelet op hetgeen ik heb vooropgesteld, behoefde het hof niet nader in te gaan op hetgeen door de raadsvrouw voor het overige en met betrekking tot de inhoud van de verklaring(en) van de moeder van de aangeefster is aangevoerd.
derde middelklaagt dat het hof het verkorte arrest te laat heeft aangevuld en over de overschrijding van de redelijke (inzend)termijn.